Skip to playerSkip to main content
  • 2 days ago

Category

📺
TV
Transcript
00:08Er zijn speelse honden, saaie honden, lelijke en fraaie honden, maar de allerliefste hond is Samson.
00:16Ja, Samson is de liefste hond, zijn staartje kweespelt in het rond, daar gaan we weer, dus doe je best,
00:31doe mee met ons en het orkest.
00:46Zo, ik ben er.
00:48Maar Gertje, Gertje, ik ben zo'n beetje heel blij dat jij weer thuis bent zo.
00:54En je zult nog gelukkiger zijn als je ziet wat ik heb weegebracht.
00:59Maar Gertje, ik weet dat, dat is zo'n broodje zo.
01:03Maar nee, ja, dit is natuurlijk wel een brood, maar ik bedoel dit hier.
01:09Maar Gertje, dat zijn papiertjes.
01:12Hé, dit zijn niet zomaar papiertjes, hè. Dit is een wedstrijdformulier.
01:18Ja, maar Gertje, Gertje, wat is dat eigenlijk, zo'n bedtijd gordeldier?
01:24Nee, een wedstrijdformulier. Ja, die wedstrijdformulieren komen van bij de bakker.
01:29En daar staat een raadsel op en als je dat goed oplost, dan kan je een heel grote taart winnen.
01:35Ja, maar Gertje, wat is dat dan eigenlijk, zo'n braaksel?
01:40Nee, een raadsel. Luister, het is bruin en rond en het hangt in een boom.
01:48Nou, wat is het?
01:50Oh, dat is eenvoudig, hè, dat is een appel.
01:53Ja, natuurlijk, een appel. Wat een appel? Hoe kom je daar nu bij, Van Leemhuizen?
01:58Ja, maar dat is toch eenvoudig, een appel hangt toch in een boom?
02:02Ja, dat wel, Van Leemhuizen, maar een appel is toch niet bruin?
02:05Ja, zeg, ik vind dat maar een detail, hè. Ik vind dat trouwens een dom raadsel, ja?
02:10Ja, Van Leemhuizen, dat is heel goed mogelijk dat jij dat maar een dom raadsel vindt.
02:14Maar de prijs die je ermee kan winnen, is helemaal niet dom.
02:19Oh-oh. En welke prijs kan je daar dan mee winnen met die wedstrijd van de bakker?
02:25De eerste prijs is een lekkere slagroomtaart.
02:29Oh, zeg, ik moet die wedstrijd van die bakker winnen, hè.
02:33Ah ja, man, het is al meer dan een uur geleden dat ik nog zo'n heerlijke taart heb gegeten,
02:38hè.
02:39Oh, zeg, ik moet die taart winnen, hè, want anders ga ik doodgaan van de honger.
02:45Wat is dat raadsel nu alweer?
02:47Het is bruin en rond en het hangt in een boom.
02:50Wat is het?
02:52Ah, maar dat is gemakkelijk, hè.
02:55Want weten wat bruin en rond is en in een boom hangt, dat is toevallig een van mijn specialiteiten, hè.
03:00Mijn Miranda zegt dat ook altijd.
03:02Pa, zegt ze, zoals jij weet wat bruin en rond is en in een boom hangt, zo weet ik wat
03:06bruin en rond is en in een boom hangt.
03:08Dus, het antwoord is...
03:11Ah, een éclair.
03:15Ah, nee. Nee, dat kan niet.
03:18Ah, nee, want éclairs hangen niet in bomen, hè.
03:24Ah, welke bruin en ronde dingen hangen nu in een boom?
03:32Gertje, hè. Gertje, weet jij nu al zo'n beetje stil in je hoofdje, zo, want er zo eigenlijk zo
03:38bruin is en rond en ook in een boompje hangt, zo.
03:42Kijk, volgens mij is het gewoon...
03:44Mijn telefoon!
03:46Nee, nee, Samson, een telefoon is toch niet bruin en rond en hangt toch niet in een boom, hè.
03:50Maar Gertje, dat wilde ik niet zeggen, zo.
03:53Ik wil zo zeggen, hè, dat onze telefoon, dat die zo drinkt, zeg ik zo.
03:58Zeg dat dan, hè.
04:00Hallo, met Gert.
04:01Maar Gertje, toch ook met mij?
04:02Ja, en ook met Samson.
04:05Ah, Marleineke.
04:06Zeg, misschien weet Marleineke de oplossing van dat raadsel.
04:09Zeg, Marleineke, ik moet eens iets vragen.
04:13Ah, jij moet eerst iets vragen.
04:16Ja, vraag dat maar, hè.
04:18Oh, zeg, ik moet het antwoord op dat raadsel weten, hè.
04:23Ja, want als er iemand anders die grote slagroomtaart wint, hè, dan word ik helemaal gek.
04:27Allee, wat is er nu bruin en rond en hangt er aan een boom?
04:32Ik weet het niet.
04:35Oh, zeg, er moet toch iemand zijn in ons dorp die mij kan helpen?
04:40Maar dat is het.
04:43Dat ga ik doen.
04:55Ja, Marleineke.
04:56Ja, oh, ik vind het zo lief aan jou, Marleineke.
04:59Ja, ja, ja, ik heb de oplossing al opgeschreven, hè.
05:02Ja, dankjewel, hè.
05:04Dag, Marleineke.
05:06Ja, ja, ja.
05:08Shoppie, ik heb de oplossing van het raadsel.
05:12Ja, Gertje, heeft Marleine jou zomaar die ontploffing van het zaagsel gegeven, zo?
05:18De oplossing van het raadsel.
05:19Ja, zomaar.
05:21Ja, ik moet er alleen een paar dingetjes voor in de plaats doen.
05:25Dat is alles.
05:26Ja.
05:27Maar, Gertje, wat moet jij dan zo voor Marleine doen, zo?
05:31Oh, een paar kleine geitjes.
05:33Ja.
05:33Ja, ik moet de vaat gaan doen bij haar.
05:35En haar vloertje bonen.
05:38Ja.
05:39Ja.
05:39En ook haar gordijnen wassen.
05:40Ja, en het gras in haar tuintje maaien.
05:43Maar zeg, is dat alles zo?
05:46Nee.
05:47Nee.
05:47Nee, ik moet ook nog haar tuinheks schilderen.
05:49En ik moet ook nog zondagochtend broodjes gaan halen bij de bakker voor haar.
05:53Maar zeg, moet jij dat zo allemaal doen voor Marleine, zo?
05:58Ja, maar in ruil daarvoor heeft Marleineke mij wel de oplossing van dat raadsel gegeven, hè?
06:02Ja.
06:03Maar Gertje, kent Marleine dan eigenlijk zo'n beetje de ontbossing van dat graafsel?
06:09De oplossing van het raadsel?
06:10Ja.
06:11Natuurlijk, Samson.
06:12Ja.
06:12Marleineke weet toch alles.
06:14Marleineke is toch niet voor niets het slimste, het intelligentste, het meest wetende meisje van heel de wereld?
06:20Nee.
06:20Maar Gertje, wat is dan eigenlijk zo die ontbossing?
06:24De oplossing, de oplossing van het raadsel is...
06:29Er klopt iemand op de deur.
06:31Ja.
06:32Maar Gertje, ik wist niet dat iemand die op de deur klopt, zo, hè, dat die zo bruin is en
06:38ook in een pompje hangt, zo.
06:39Maar dat wilde ik toch niet zeggen?
06:41Nee.
06:42Ja, ik moest kloppen, want de bel doet het niet.
06:45Dag iedereen.
06:47Dag meneer Spaghetti.
06:50Dag.
06:50Zeg, ik kom eens iets vragen.
06:52Vraag maar.
06:53Zouden jullie graag hebben dat ik dood ga van de honger?
06:56Maar nee, nee, nee.
06:57Zeg, dat willen wij niet graag hebben, hè, Gertje?
07:00Wat is dat nu voor een domme vraag?
07:02Natuurlijk zouden wij niet graag hebben dat jij dood zou gaan van de honger.
07:06Maar voorlopig, hè, zie ik dat nog niet zo gauw gebeuren.
07:10Ja, maar als het nu zou gebeuren, zouden jullie mij dan helpen?
07:15Maar zeg, ik denk zo stil in mijn hoofd dat wij jou dan wel willen.
07:20helpen zo, hè, Gertje?
07:21Natuurlijk willen wij jou dan helpen.
07:23Oh, ik wist wel dat jullie een vriend niet in de steek zouden laten.
07:26Zeg, het is bruin en rond en het hangt in een boom.
07:30Wat is het?
07:30Maar zeg, jij, Gertje, die weet dat, hè, Gertje?
07:34Ik weet dat en ik heb het hier op dit briefje geschreven.
07:38Oh, zeg, zeg het mij dan onmiddellijk.
07:40Dan kan ik het op het papier schrijven, hè.
07:42En dan win ik een grote taart.
07:44Allee, wat is het, zeg het mij.
07:45Ik denk er niet aan.
07:47O, je denkt er niet aan.
07:49En daarjuist heb je nog gezegd dat je niet graag zou hebben dat ik dood ga van de honger.
07:52Ja, dat is ook zo.
07:53Ja, maar dan moet je mij de oplossing van het raadsel geven, hè.
07:56Want als ik die taart niet win...
07:58Maar klopt iemand op de deur?
08:00Maar nee.
08:02Waarom zou er niemand op de deur kloppen?
08:04Omdat ik die taart niet win.
08:05Maar dat wilde Samson toch niet zeggen?
08:07Samson bedoelde toch maar gewoon dat er hier iemand op de deur heeft geklopt?
08:11Ja.
08:12Ja, wij moesten kloppen.
08:17Maar dag, meneer de burgemeester.
08:20En dag, meneer van Veelhuizen.
08:22Veelhuizen.
08:23Dag.
08:23Zeg, wij komen eens iets vragen.
08:26Ja, ja, ja.
08:27Weten jullie wat bruin is?
08:29Rond is en in een boom hangt.
08:31Boop, boop.
08:33Zeg, hoe wist jij dat wij dat wilden vragen?
08:36Omdat wij ook zo een bedsprijmormeldier hebben, zo.
08:41Nee, een wedstrijdformulier.
08:44Inderdaad, ja.
08:45En ik heb het juiste antwoord gevonden.
08:47En ik heb het hier opgeschreven.
08:49Ja.
08:50Maar jullie krijgen het niet.
08:52Wat?
08:53Oh, zeg jongen, dat is flauw, hè?
08:56En dat noemt zich een vriend.
08:59Zeg, als ik het antwoord zou weten, dan zou ik zeker zeggen...
09:03Er klopt iemand op de deur.
09:05Nee, van Leemhuizen, dat zou ik toch zeker niet zeggen.
09:08Ja.
09:10Ah, ik moest kloppen, want de bel doet er ietsje groet.
09:14Dag, meneer de Ruf.
09:16Dag.
09:16Zeg.
09:17Ja, laat maar.
09:17Jij komt zeker vragen wat bruin is, rond is en in een boom hangt.
09:20Wel, ik weet het, want ik heb het hier opgeschreven.
09:22Maar ik ga het jou niet vertellen.
09:23Nou, dus ga jij maar naar huis, Octave.
09:25Dag, tot de volgende keer.
09:28Dag, Octave.
09:28Dag.
09:32Ja, en jullie, hè.
09:34Jullie, gaan jullie maar terug naar het gemeentehuis.
09:36Nee, nee, want wij moeten...
09:37Nee, nee, jullie hebben hier niets voor nodig.
09:39Zeg, zeg, zeg, zeg, zeg, zeg, zeg, zeg, zeg, zeg.
09:40Jongen, u weet het wat een vriend, hè?
09:42Niets mee te maken, dag.
09:43Wat een vriend.
09:46Zeg, zeg je het nu ja of nee?
09:48En jij, ga jij maar naar je kapsalon.
09:50Ga daar maar een beetje sterven van de honger.
09:53Oh, maar dat is...
09:55Nee, lukken, oh.
10:04Ach, Samson, ik ben toch zo gelukkig dat ik de oplossing van dat raadsel gevonden heb, hè.
10:10En dat allemaal, dankzij Marlijneken, hè.
10:14Zeg, heb jij eigenlijk al een antwoord geschreven op jouw formulier?
10:19Nee, Gertje, want ik moet nog zo'n beetje heel veel nadenken, zo.
10:24Maar Gertje, Gertje, ik denk eigenlijk eerst iets anders, zo.
10:28Ik denk zo, hè.
10:30Waar klopt die man op onze deur?
10:32Ja, dat heb jij dan heel goed gedacht, Samson.
10:36Ja, ik moest kloppen, want de bel doet het niet.
10:39Dag, iedereen.
10:41Dag, meneer Spaghetti.
10:43Dag.
10:44Zeg, ik kom eens iets vragen.
10:49Zeg, hebben jullie nog limonade?
10:52Ik heb zo'n dorst.
10:55Ja, in de keuken.
10:56Wil jij die voor mij halen?
10:58Ik ben een beetje moe.
11:00Moe?
11:01Heb je deze maand weer meer dan één klant in je kapsalon gehad, Albert?
11:05Ten eerste, en is het Alberto.
11:08En ten tweede, hè.
11:12Toe...
11:13Het is goed.
11:15Ik zal voor jou een glaasje limonade halen in de keuken.
11:26Eh, Samson?
11:28Alles goed?
11:30Maar ja, meneer Spaghetti.
11:32Zeg, zullen we eens een spelletje doen?
11:36Maar ja, zeg, jij tof.
11:38Maar meneer Spaghetti, welk spelletje wil je eigenlijk spelen zo?
11:43Wel, we zullen kijken wie het langs de ogen kan sluiten.
11:47En jij mag beginnen, hè.
11:49En ik zal tellen en kijken hoe lang jij je ogen kan sluiten.
11:53Is dat goed?
11:55Ja, als jij dat zo'n beetje heel graag wil spelen, is het goed, ja.
12:00Goed.
12:01Dan begin ik, hè.
12:02Eén, twee, drie, vier, vijf...
12:16Albeid.
12:16Hé, ten eerste is dat Albeid er toe.
12:20En ten tweede, wat is er?
12:24Jij, valsspeler.
12:26Jij wilde kijken op mijn formulier, hè.
12:29Om te zien wat de oplossing is van het raadsel, hè.
12:32Nee, nee, nee.
12:33Eigenlijk wil ik net naar huis gaan.
12:36Kijk, kijk, kijk.
12:36Dag, hè.
12:41Dat is lelijk, hè.
12:45Zeg, Samson.
12:47Wat lig jij daar te doen?
12:48Maar, maar Gertje, ik speel zo'n spelletje met meneer Spaghetti zo.
12:53Ik moet zo'n beetje heel lang mijn ogen sluiten, zo.
12:57Maar Samson toch.
12:58Dat was toch gewoon een trucje van Albeid, zodat hij zou kunnen zien welk antwoord ik op mijn formulier heb
13:04geschreven.
13:05Ja.
13:06Maar Gertje, is dat zo heel echt waar, zo?
13:09Ja, natuurlijk.
13:10En dat is heel erg lelijk van Albeid, hè.
13:13Ja.
13:14Maar ik moet ervoor zorgen dat niemand de oplossing van mijn raadsel hier te pakken krijgt, hè.
13:20Ja.
13:21Ik weet al wat ik ga doen.
13:38Samson, ik heb ervoor gezorgd dat niemand de oplossing van het raadsel te weten kan komen.
13:45Ja, maar Gertje, wat heb jij dan eigenlijk gedaan, zo?
13:49Heel eenvoudig.
13:49Ik heb mijn wedstrijdformulier verstopt op een plaats waar niemand het kan vinden.
13:56En hier heb ik nog een ander wedstrijdformulier.
14:00En weet je, oeps, weet je wat ik daarmee ga doen?
14:03Maar Gertje, ik denk zo stil in mijn hoofd dat ik het eigenlijk niet weet zo.
14:10Wel, Samson, op dit wedstrijdformulier heb ik een verkeerd antwoord geschreven.
14:16Ja, maar Gertje, dat is toch een beetje dom, zo.
14:20Want als jij daar zo'n antwoord op schrijft, hè, dan eigenlijk niet goed is, hè, dan kan jij toch
14:26geen taartje winnen, zo?
14:28Maar Samson, ik ga dit wedstrijdformulier toch niet afgeven.
14:32Nee.
14:32Dit wedstrijdformulier leg ik daar, op de tafel.
14:37Ja.
14:38Als onze vrienden hier dan straks binnenkomen, hè, Samson?
14:41Ja.
14:42Dan zullen ze zeggen, aha, daar ligt het antwoordformulier met het juiste antwoord op.
14:48Ja.
14:48En ze zullen proberen te lezen wat erop staat.
14:50En ik, ik zal doen alsof ik dat niet merk.
14:53En dan gaan onze vrienden naar huis met het verkeerde antwoord.
14:57Ha, ha, ha.
14:58Wat denk je daarvan, hè?
15:00Maar Gertje, ik denk zo, hè.
15:02Ik, maar ik denk zo dat ik dat eigenlijk een beetje niet goed begrijp, zo.
15:08Ja, wacht, hè.
15:08Ik leg het je allemaal rustig uit.
15:11Luister.
15:13Maar ja, zeg, hoe denk jij dat?
15:16Maar ja, ja, ja.
15:18Maar dat is goed.
15:20Ja, ja.
15:21Maar zeg, hè, ik vind dat zo'n beetje heel lief van jou, zo.
15:26Maar dag, Bobintje.
15:28Dag.
15:29Geef maar hier.
15:30Zeg, wist Bobintje de oplossing van het raadsel?
15:34Maar ja, Gertje, ze heeft het gezegd, zo.
15:37Maar Gertje, hè.
15:38Gertje, wil jij dat zo'n beetje op mijn briefje schrijven, zo?
15:42Ja, natuurlijk, Samson.
15:44Dus, het is bruin en rond en het hangt in een boom.
15:49Samson, wat is het?
15:50Nou, een brood.
15:52Een brood?
15:54Ja, Gertje, want Bobintje heeft zo gezegd dat het een brood is.
15:58En Bobintje, hè.
15:59Dat is zo het slimste hondje.
16:02Van zo heel de wereld en nog van veel verder ook, zo.
16:06Kijk eens, Samson.
16:07Ik weet bijna zeker dat dat antwoord dus helemaal fout is, hè.
16:11Maar als jij nu echt wil dat ik hier op brood schrijf, dan schrijf ik het erop.
16:14En Samson, geen probleem.
16:16Maar, Gertje, waarom zeg je eigenlijk zo?
16:20Maar klopt iemand op onze deur?
16:22Samson, dat heb ik toch niet gezegd?
16:23Maar, nee, Gertje, ik zeg dat zo, hè.
16:26Omdat ik zo tok, tok, tok, tok, tok, gehoord heb, zo.
16:29Ah.
16:31Ja, wij moesten kloppen, hè.
16:33Ja, want de bij doet het niet, hè.
16:36Dag, meneer de burgemeester.
16:38En dag, meneer van Veenluizen.
16:41Ja, zeg, kom maar binnen, hè.
16:44Oh, ah, ah, ah.
16:45Wij komen eens iets vragen.
16:49Ah, doe dat misschien straks.
16:51Want Samson en ik, hè, wij moeten nu dringend naar de keuken.
16:56Ga je mee, Samson?
16:57Maar, Gertje, Gertje, wat moeten wij eigenlijk in de keuken gaan doen, zo?
17:02Ja, dat zal ik in de keuken dan wel vertellen, hè.
17:08Kom maar.
17:08Moi, kom, Gertje.
17:09Eh, ja, zeg, en, voor ik het vergeet, daar op tafel ligt mijn wedstrijdformulier van die wedstrijd van de bakker,
17:18hè.
17:19Terwijl wij in de keuken zijn, gaan jullie toch niet naar de juiste oplossing kijken, hè.
17:24Nee, nee, natuurlijk niet. Hoe kom je daar nu bij?
17:28Goed, dan.
17:33Zeg, alleen muizen. Kijk onmiddellijk wat er op dat bad hier staat.
17:39Aap, aap, aap, het handwoord is een aap.
17:42Wat? Een aap, ben je daar nu met zeker van?
17:43De aap staat hierop, aap, aap.
17:48Oh, Samson, het je, mijn plannetje lukt.
17:51Ja.
17:53Aap, aap, aap, aap.
17:54Alleen muizen, ik heb het papier terug.
17:58Zo.
18:02Zeg, wat wilden jullie nu eigenlijk vragen?
18:07Oh, vergeten. Dat zijn we vergeten, ja.
18:10Daag.
18:13Tot later, hè.
18:17Ja, ik moest niet kloppen, want de deur ging vanzelf open.
18:20Ah, dag, Octave. Jij komt zeker iets vragen, hè.
18:23Ja. Hoe kan je het raden?
18:26Tja, zomaar.
18:28Kom maar binnen. Kom binnen.
18:30Hé?
18:31Ja, want ik moet juist eventjes naar de keuken.
18:35Zeg, maar ik kan er toch op vertrouwen, Octave,
18:39dat jij niet kijkt naar de juiste oplossing van dat raadsel
18:42dat ik daar heb opgeschreven, hè.
18:44Het ligt hier op de tafel.
18:46De oplossing, zeg. Hoe kom je daar nu bij?
18:49Zoiets doet, Octave de Bolle niet, hè.
18:51Dan is het goed.
18:54Tot zometeen, hè.
18:55Ja.
19:01Aap? Wat? Aap?
19:04Ah ja, ah ja, natuurlijk.
19:06Een aap is bruin en hangt in een boom.
19:09Dat moet ik onthouden, hè.
19:12Aap.
19:13Ho, ho, ho, ho, ho, ho.
19:16Maar Gertje, man. Gertje, waarom zeg je eigenlijk zo?
19:20Ho, ho, ho, ho, ho.
19:22Omdat Octave er ook in loopt, Samson.
19:26Blijf jij maar even hier, hè.
19:27Want ik verwacht nog andere gasten ook.
19:30Ja.
19:32Octave.
19:33Oh.
19:35Jij moest toch iets vragen, hè?
19:39Wel, eh...
19:39Ik weet het al.
19:41Aha.
19:43Ik, eh...
19:43Ik bedoel...
19:45Ik weet het niet meer.
19:46Ah.
19:49Ik, eh...
19:50Ik ben er mee weg.
19:56Ja, ik, eh...
19:58Ik moest niet kloppen, hè, want de deur was al open.
20:03Zeg, ik kom eens, eh...
20:05Jij komt eens iets vragen, zeker, hè?
20:08Wel, jij mag mij alles vragen wat je maar wil.
20:12Als je maar niet kijkt naar mijn wedstrijdformulier dat hier op de tafel ligt, terwijl ik in de keuken ben.
20:20Hé?
20:21Hout.
20:22Ik kijk naar jouw wedstrijdformulier.
20:25Hoe kom je daar nu bij?
20:28Ja, daar.
20:33Ja, het antwoord is dus...
20:36Aap.
20:39Ja, Samsonnetje, mijn plannetje is gelukt, hè.
20:42Ah ja, ze zijn allemaal vertrokken met het foute antwoord.
20:46Want het enige juiste antwoord staat op mijn formulier en dat zit daar in onze koelkast.
20:53Ja.
20:54Maar Gert, ja.
20:55Gert, ja, het kan toch misschien ook zo wel een beetje zijn dat dat zo op mijn populier staat.
21:02Op jouw formulier?
21:03Ja.
21:03Dat denk ik niet, Samson.
21:05Nee.
21:05Ik denk niet dat brood het juiste antwoord is.
21:09Nee.
21:19Zeg, Samson.
21:20Ja?
21:21Je blijft erbij.
21:22Jouw antwoord is dus brood, hè?
21:25Maar ja, Gertje van Bobintje, hè.
21:27Die heeft dat zo zelf gezet, zo.
21:30Ja, als jij het absoluut wil, dan moet je dat zelf maar weten, hè, Samson.
21:34Ga je mee naar het gemeentehuis?
21:35Maar Gertje, Gertje, wat moeten wij zo'n beetje doen op het gemeentehuis?
21:41Op het gemeentehuis?
21:41Ja.
21:42Maar ja, de bekendmaking van de winnaar van die wedstrijd gebeurt op het gemeentehuis.
21:45Ja.
21:46De bakker heeft daarvoor niet genoeg plaats in zijn bakkerij, hè.
21:48Hé, ga je mee?
21:49Maar ja, Gertje, ik kom.
21:53Dat is goed.
21:54Ah, dat is goed.
21:56Ik bing, ik bing, ik bing, ik bing, ik bing.
21:57Ah, dacht, burgemeesterij van Leemhuizen.
21:59Ja.
22:00Stop jullie formulier maar in de bakkabel.
22:02Met veel plezier, bakker, ja, want wij zijn er zeker van dat wij het juiste antwoord hebben.
22:07Ja, heel zeker, want we hebben het afgekeken bij Gert.
22:13Wij hebben goed nagedacht, hè.
22:16Ja, ja, ja.
22:17Hoppakee.
22:19Dag iedereen.
22:21Hier is de winnaar.
22:23Alberto Fermi Schwelli.
22:25De winnaar.
22:26Geef de kaart maar aan mij, hè.
22:27Ah, nee, Alberto.
22:29Het is nog niet zeker dat jij zal winnen.
22:31Geef eerst je formulier maar hier.
22:32Goed gezegd, bakker.
22:34Geef die taart maar aan mij.
22:36Hier is het winnend formulier.
22:37Dag, beste mensen allemaal.
22:39Ja, hier zijn de formulieren van Samson en van mezelf natuurlijk, alsjeblieft.
22:44Dag iedereen.
22:45En dag, meneer de bakker.
22:48Dag, Samson.
22:49Heb je ook een formulier ingevuld?
22:50Maar ja, ja, ja, ja, want Bobintje, hè, die heeft zo gezegd, zo, wat Gertje moest opschrijven, zo.
22:57Ja, het antwoord slaat wel nergens op, maar alleen, laten we maar meespelen, hè.
23:01Goed, dan denk ik dat iedereen er is.
23:03Ja.
23:03Dan zal ik nu overgaan tot de trekking.
23:05Ja.
23:05Ik haal er telkens één formulier uit.
23:08Als het antwoord op dat formulier juist is, dan krijgt die persoon deze heerlijke taart.
23:13Ja, ja, kom, stop maar met praten en trek maar, hè.
23:15Goed, daar gaan we.
23:19Dit formulier is van Alberto Fermicelli.
23:22Joepie, ik ben de taart.
23:24Oh, niet zo snel.
23:26Het antwoord moet nog kloppen.
23:28Het antwoord van Alberto is aap.
23:32Inderdaad.
23:33Heb ik nu gewonnen?
23:34Nee, natuurlijk niet.
23:35Een aap is wel bruin en hangt in de boom, maar een aap is niet rond.
23:40Ah, nee?
23:41Ja.
23:41Oh, sorry.
23:44Hier staat ook aap.
23:47Dat is niet juist, burgemeester.
23:50Dit formulier is van Leemhuizen.
23:54Ook aap.
23:56En hier, octaaf schrijft ook aap.
24:01Dat is ook fout.
24:03Vreemd.
24:04Vreemd dat jullie allemaal hetzelfde foute antwoord hebben.
24:07Ja, hoe zou dat niet toch komen, hè?
24:12Goed.
24:13Dan neem ik een ander formulier.
24:17Ah, dit is van Gert.
24:20Hier staat gelukkig niet aap op.
24:23Ja.
24:23Zeg, hoe kan dat nu?
24:25Op jouw formulier stond ook aap.
24:27Ik heb het zelf gezien.
24:29Ja, ik ook.
24:30Ja, ik ook.
24:30Ik heb jullie peet genomen.
24:32Want dat formulier dat bij mij op tafel lag, dat was een vals formulier.
24:36Daarop heb ik een verkeerd antwoord geschreven.
24:39Wat?
24:41Ja, ja.
24:41Het juiste antwoord staat op dit formulier.
24:44En dat had ik verstopt in het vriesvak van onze koelkast.
24:48Ah, ja?
24:50Ja.
24:50Daar ben ik nog niet zo zeker van.
24:53Het antwoord op dit formulier is vleermuis.
24:56Ja, ja, vleermuis.
24:57Marlijnen kreeg het zelf gezegd, hè.
24:59Ja, ja.
25:01Vleermuis.
25:01Ja.
25:02Hoe komt Marlijnen daar nu bij?
25:04Oeh, is dat antwoord niet juist misschien?
25:06Maar nee.
25:08Nee.
25:11Het juiste antwoord staat op dit formulier.
25:15Het is van Samson.
25:18Het juiste antwoord is brood.
25:22Zeg, hoe kan dat nu?
25:25Het is rond, het is bruin en het hangt in een boom.
25:27Een brood.
25:27Ja, zeg, hoe kan dat nu?
25:29Een brood hangt toch niet in een boom?
25:32Ah, nee.
25:33Ik doe bij mijn brood toch wat ik wil, zeker?
25:38Samson is de winnaar.
25:39Hij krijgt de taart.
25:40Ja.
25:41Waa, joepie, hè.
25:43Joepie, hè.
25:44Hé, hé.
25:44Olé, olé, olé.
25:46Hoi, hoi.
25:46Goh, zeg, en ik had zo graag van die lekkere taart geproefd.
25:50Ja, ik ook.
25:52Ik ook.
25:54Ik ook.
25:55Ja, ik eigenlijk ook.
25:57Ja.
25:57Maar, Gertje, dat is toch eigenlijk geen plopbrinsel?
26:01Geen probleem.
26:03Ja, dat bedoel ik.
26:05Want ik denk zo stil in mijn hoofd, hè.
26:07Dat die taart, hè.
26:08Voor mij zo'n beetje veel te groot is, zo.
26:12En daarom, hè.
26:13Daarom krijgt iedereen zo'n heel groot stuk van mij.
26:17Voila.
26:25Samson, Samson, het is een heel onbeugende, maar lieve hond.
26:32Samson, Samson, ik wou dat ik zo hard te krijgen kon.
26:37Woof!
Comments

Recommended