Skip to playerSkip to main content
  • 2 days ago

Category

📺
TV
Transcript
00:08Er zijn speelse honden, saaie honden, lelijke en fraaie honden, maar de allerliefste hond is Samson.
00:17Ja, Samson is de liefste hond, zijn staartje kweespelt in het rond, daar gaan we weer, dus doe je best,
00:31doe mee met ons en het orkest.
00:45En alle aanwezigen lachten, ook zijn vriend professor Sober, met wie hij zo lang gestudeerd had.
00:53Omdat niemand hem wilde geloven, stapte professor Knap zelf in zijn tijdmachine en flitste zichzelf naar Atuatuka.
01:01Ja, maar Gertje, is dat eigenlijk zo'n beetje heel verzo, Atuatuka?
01:08Atuatuka? Nee, dat is de oude naam van Tongeren.
01:11Tongeren, daar zijn wij toch al eens geweest, met Marlijneke weet je dat niet meer.
01:14Maar Gertje, ik denk zo stil in mijn hoofd, dat ik dat eigenlijk niet meer weet.
01:21Dat is nu niet belangrijk, dus die professor flitste zichzelf met zijn teletijdmachine naar die plaats.
01:27Waar hij in 54 voor onze tijdrekening aankwam.
01:31Hij was net op tijd.
01:33Ambiorix, de koning van de Eburonen, stond net klaar om met zijn leger te vertrekken.
01:39In zijn geschiedenisboek had professor Knap gelezen dat de Eburonen zouden verslagen worden.
01:44Maar nu zou het anders gaan.
01:47Professor Knap gaf Ambiorix de raad te wachten tot de Romeinen in de holle weg waren.
01:53Dan pas moest hij aanvallen.
01:56Eerst wilde Ambiorix de professor niet geloven.
01:58Iemand die uit de twintigste eeuw kwam.
02:00Maar Gertje, waarom wil eigenlijk zo niemand die meneer de processor geloven?
02:07Nee, die professor.
02:08Niemand wou geloven dat hij echt zo'n teletijdmachine kon maken.
02:12Nee, maar Gertje, heeft die meneer de compressor die machine zo wel uitgevonden?
02:18Die professor?
02:19Ja.
02:19Natuurlijk niet, want teletijdmachines bestaan alleen maar in boekjes of in filmpjes.
02:23Ja, maar Gertje, wil jij dat dan eigenlijk ook niet geloven zo?
02:28Maar nee.
02:29Maar Gertje, weet jij dan zo alles wat die meneer vrouwen en meneer de adressen zo uitgevonden hebben?
02:37Alles wat de professors uitvinden?
02:38Nee, natuurlijk niet.
02:39Maar Gertje, dan kan het toch eigenlijk zo'n beetje wel zijn dat zo'n meneer de congres er wel
02:46zoiets uitgevonden heeft en dat jij dat eigenlijk niet weet, toch?
02:51Nee, natuurlijk niet.
02:52Want als er een professor zo'n teletijdmachine zou hebben uitgevonden, dan zou ik dat wel weten, hoor.
02:57Ja, maar Gertje, moeten die meneer vrouwen en meneer de deupiesters dan zo aan jou komen zeggen als zij zo
03:04'n machine uitvinden, zo?
03:05De professors, nee, die moeten dat niet komen zeggen.
03:08Nee.
03:08Maar ik weet dat zo'n teletijdmachine niet bestaat, omdat...
03:12Er klopt iemand op de deur.
03:14Maar Gertje, mogen ze dat dan niet vinden uit iets als er iemand op de deur klopt, zo?
03:19Iets uitvinden, maar dat wilde ik toch niet zeggen?
03:22Nee.
03:23Ja, ik moest kloppen, want de bel doet het niet.
03:25Je groet iedereen.
03:27Maar dag, meneer de burgemeester.
03:30Dag.
03:31Maar meneer de burgemeester, ben jij eigenlijk zo'n beetje verdrietig, zo?
03:37Verdrietig?
03:37Ja.
03:38Verdrietig?
03:38Nee, ik ben niet verdrietig.
03:40Ik ben niet...
03:41Ik ben niet...
03:42Ik ben niet...
03:42Ik ben niet...
03:42Ik ben niet...
03:42Ik ben niet...
03:42Ik ben niet...
03:42Ik ben niet...
03:45Maar waarom eigenlijk, Gertje?
03:48Ja, zeg, burgemeester, vertel eens even.
03:50Waarom heeft u zo'n veel verdriet, hè?
03:52Ik ben zo verdrietig, omdat...
03:54Omdat...
03:55Nee, ik durf het niet zeggen.
03:57Maar meneer de burgemeester, waarom durf jij dat eigenlijk niet zo'n beetje te zeggen, zo?
04:03Omdat...
04:05Omdat...
04:05Omdat ik verlegen ben.
04:08Verlegen?
04:09Maar al die burgemeester, u moet toch niet verlegen zijn?
04:11Samson en ik, wij zijn toch uw beste vrienden?
04:13Het is toch waar, hè?
04:14Maar zeg, hè?
04:15Ik vind zo dat het eigenlijk zo'n beetje heel echt waar is wat Gertje zegt.
04:21Ja, maar ik durf het niet zeggen.
04:24Burgemeester, raap al uw moed bijeen, hè?
04:27Allee, het is er zo uit, hè?
04:29Misschien kunnen wij u dan wel een beetje helpen, hè?
04:31Nee, niemand kan mij helpen.
04:34Ik heb mij hopeloos in de steen gewerkt door...
04:50Door...
04:51Ik durf het niet hardop zeggen dat ik gelogen heb.
04:55Ja?
04:56Maar zeg, hè?
04:57Je mag niet liegen, want dat is zo'n beetje heel lelijk zo.
05:02Ja, maar ik...
05:03Ik kom niet anders.
05:05Want ik...
05:06Ik zal het jullie vertellen.
05:08Vanmorgen, hè?
05:09Toen was ik al heel vroeg bij mijn collega...
05:12Burgeme...
05:13Burgemeester Baars.
05:15Maar zeg, hè?
05:16Dat is die meneer die zo'n beetje heel veel visjes heeft, hè?
05:21Ja, juist.
05:22Maar ze hebben daar nog veel meer in mijn collega's een dorp.
05:26Er woont daar ook een professor.
05:28Professor Slap of Trap of zoiets.
05:31Maar, Geertje, is dat zo die meneer de tristester van jouw boekje eigenlijk?
05:36De professor van mijn boek.
05:37En laat de burgemeester nu verder praten.
05:39En die heeft al heel veel uitvindingen gedaan.
05:44Maar meneer de burgemeester, wat heeft die eigenlijk al zo'n beetje gevonden uit iets, hè?
05:52Uitgevonden?
05:52Ja.
05:53Wel die...
05:53Wacht, ik toon het even.
05:56Ik ga vlug naar het gemeentehuis en dan breng ik een van zijn uitvindingen mee en dan...
06:02Dan kom ik terug, joh.
06:06Wat zeg, hè?
06:15Teg, de burgemeester blijft nu toch wel heel lang weg, hè?
06:18Hij moest toch gewoon iets gaan halen op het gemeentehuis?
06:20Dat kan toch niet zo lang duren, zeg.
06:22Maar, Geertje, wat wil meneer de burgemeester eigenlijk zo halen op het gemeentehuis?
06:29Op het gemeentehuis?
06:29Ja.
06:30Ja, dat weet ik niet, hè.
06:31Maar ja, ik weet alleen dat hij iets ging halen dat die professor, die in het dorp van die burgemeester
06:35Baars woont, dat die heeft uitgevonden.
06:37Maar wat die professor heeft uitgevonden, ja, dat weet ik niet, hoor.
06:39Nee.
06:40Maar, Geertje, als jij niet weet wat die half zestig zo gevonden heeft, dan kan jij toch ook niet weten
06:47of die zo een spijtmachine heeft gevonden.
06:51Of die professor een tijdmachine heeft uitgevonden.
06:53Ja.
06:54Nee.
06:54En je moet niet heel de tijd aan die tijdmachine zitten denken, want anders, hè, er klopt iemand op de
07:00deur.
07:00Ja.
07:01Maar, Geertje, en als ik daar niet aan denk zou, zal er dan niemand meer op de deur kloppen?
07:07Maar dat bedoelde ik toch niet?
07:09Nee.
07:09Oh, jij moest kloppen, want de bel doet het niet.
07:13Kijk eens wat ik hier heb.
07:15Maar, meneer de burgemeester, wat is dat eigenlijk?
07:19Ah, dat is een hamer waarmee je niet op je vingers kan slaan.
07:23Ja.
07:24Volgens mij kun je met die hamer ook niet op een spijker slaan.
07:27Dat is waar.
07:28En dus ook niet op je vingers.
07:30En die professor heeft nog heel veel dingen uitgevonden.
07:34Ja, maar zeg ook zo'n geitmachine zo.
07:38Hij bedoelt een teletijdmachine.
07:41Ja, dat weet ik niet, hè.
07:43Maar wat ik wel weet, is dat hij een fietszadelverwarmer heeft uitgevonden.
07:47En een wekker die zo stil afloopt, dat je hem niet hoort.
07:53Ja, die kan je dan gebruiken op dagen dat je mag uitslapen.
07:56Geweldig.
07:57Maar ik begrijp nog altijd niet waarom u daar straks verdrietig was.
08:00Toch niet omdat die professor allemaal van die dingen heeft uitgevonden, hè?
08:02Nee, dat zei ik toch al.
08:04Ik was verdrietig omdat ik gelogen heb.
08:07En omdat mijn collega, mijn collega Baars, nu zal merken dat ik gelogen heb.
08:13Maar Gertje, Gertje, ik begrijp eigenlijk niet zo heel goed wat meneer de burgemeester bedoelt zo.
08:20Eerlijk gezegd, hè. Ik begrijp er ook niks van.
08:22Het is toch eenvoudig.
08:25Die burgemeester Baars, hè.
08:26Die stond daar heel de tijd te bluffen dat zij zo'n professor in hun dorp hebben.
08:30Die al heel wat uitvindingen heeft gedaan.
08:32En daarom heb ik ook maar gezegd dat wij hier in ons dorp ook zo'n professor hebben die ook
08:37al heel wat uitvindingen heeft gedaan.
08:38En straks komt mijn collega daar hier op te kijken wat onze professor allemaal al uitgevonden heeft.
08:44Ja, maar zeg, hè. Dat is wel een probleem, hè, zeg.
08:49Een probleem.
08:51Ja, dat bedoel ik eigenlijk.
08:52Ik zal zelfs meer zeggen, hè. Dat is het einde van jullie burgemeester.
08:56Maar meneer de burgemeester, wat bedoel jij daar eigenlijk mee zo?
09:02Ja, als die Baars erachter komt, hè, dat ik gelogen heb, hè, dan zal die dat tegen iedereen zeggen, hè.
09:09Misschien ook wel tegen de afgevaardigde van de minister.
09:12En dan zal die zeggen dat ik geen burgemeester mee mag zijn.
09:21Gertje, nu huilt meneer de burgemeester zo'n beetje heel hard zo.
09:28Zeg.
09:31Gertje, kunnen wij meneer de burgemeester niet zo'n beetje helpen omdat hij niet meer zou huilen?
09:37En omdat hij zo nog een beetje meneer de burgemeester zou kunnen blijven zo.
09:42Wat kunnen we doen, Samson? Die in ons dorp woont helemaal geen uitvinder die van alles uitvindt.
09:47Maar Gertje, hè, is meneer van Veenluizen, is dat dan eigenlijk geen abscessor zo?
09:54Een professor?
09:55Ja, maar nee, waarom denk jij dat nu, Samson?
09:57Maar Gertje, ik denk dat eigenlijk omdat meneer van Veenluizen, hè, omdat hij al eens iets uitgevlinderd heeft zo.
10:05Iets uitgevonden heeft?
10:06Ja, Gertje, zo een chanfoeter zo.
10:09Een computer?
10:10Ja.
10:10Maar dat was geen echte computer, hè.
10:13Hoewel?
10:14Maar Gertje, was het dan een beetje een echte zo?
10:17Nee, nee, nee, nee, nee, maar ik denk zo, hè.
10:21Ik denk zo dat wij ervoor kunnen zorgen dat wij toch een professor hebben in ons dorp.
10:26Maar Gertje, is dat dan eigenlijk niet waar zo?
10:29Nee, nee, nee.
10:30Of eigenlijk wel een beetje, hè.
10:31Ja, want Van Leemhuizen, die heeft toch al eens iets uitgevonden dat zo'n beetje op een computer lijkt.
10:36Dus eigenlijk is hij wel een soort professor, hè, een beetje wel, hè.
10:41En je zou toch niet willen dat de burgemeester geen burgemeester meer mag zijn, hè?
10:45Oh, nee, nee, nee, nee, Gertje.
10:46En ik wil ook niet, hè, dat meneer de burgemeester zo'n beetje heel verdrietig is, zo.
10:52Ah, dus wij gaan ervoor zorgen dat er hier in ons dorp een uitvinder is.
10:57Maar Gertje, hè, Gertje moet die dan zo echt iets uitvinderen, zo.
11:02Iets uitvinden?
11:03Ja.
11:03Nee, kijk, we maken iets.
11:05En we zeggen dat dat een heel belangrijke uitvinding is.
11:08Nog belangrijker dan dit hier.
11:10Een hamer waar ik niet eens een spijker mee in de muur kan slaan.
11:13Hé, burgemeester, burgemeester.
11:15Ja, hoor.
11:16We maken van Van Leemhuizen een uitvinder.
11:19We zeggen dat hij een echte geleerde professor is.
11:21Van Leemhuizen, dat kan toch niet.
11:23Bart, die kent mijn secretaris, toch?
11:25Ja, maar ja, we gaan Van Leemhuizen verkleden zodat hij onherkenbaar wordt.
11:29Ja, maar wat moet hij dan uitvinden?
11:35Ja, dat weet ik nog niet, hè.
11:37Maar Gertje, Gertje kan meneer Van Veenluizen dan niet zo'n krijtmachine uitvinden, zo.
11:44Een tijdmachine, zeg.
11:45Wat heb jij vandaag de hele dag met tijdmachines?
11:47Zeg, maar dat is het.
11:49Een tijdmachine, dat is nog eens een belangrijke uitvinding.
11:55Maar hoe gaat Van Leemhuizen nu een tijdmachine uitvinden?
11:58Ja, maar zeg, hij moet die toch niet echt uitvinden?
12:00We kunnen het toch maar zo'n beetje doen alsof het allemaal echt werkt.
12:04Hm?
12:05Ja, kijk, als jullie denken dat het zou lukken, dan moeten jullie dat maar doen.
12:09Maar wat moet ik dan doen?
12:12U moet niks doen.
12:12Blijft u rustig hier.
12:14Samson en ik brengen alles in orde.
12:15Zeg, ga je mee, Samson?
12:16Maar Gertje, ik ben al bij de deur.
12:19Hup.
12:31Zo, dat is dan in orde, hè.
12:33Eh, is iedereen er?
12:35Ik denk het wel.
12:37Maar nee, want meneer Spaghetti is er toch nog niet.
12:41Ja, lap zeg, waar is hij nu weer?
12:42Ja, je kan het Alberto niet kwalijk nemen dat hij slecht is opgevoed, hè.
12:47Mijn oktaaf, die komt altijd op tijd, hè, jongen?
12:52Ja, mokke.
12:59Amai, zeg, wat zijn ze hier van plan?
13:07Hallo, zijn jullie daar?
13:09Ja, we zijn hier, kom maar binnen.
13:15Zeg, waar bleef je nu zo lang?
13:16Ja, ik moest eerst naar het andere dorp, omdat jullie winkel gesloten was.
13:20Maar moest jij daarom dan eigenlijk zo'n beetje naar het andere dorp gaan, meneer Spaghetti?
13:26Ah ja, natuurlijk, ik had geen chocolade meer.
13:29Ben jij dan in het andere dorp chocolade gaan kopen?
13:32Jij hebt toch ook geen smaak, hè?
13:33O, nu?
13:34Die chocolade is net dezelfde als in jullie winkel.
13:36Ja, dat kan goed zijn, hè.
13:38Maar onze chocolade is veel verser.
13:40Hé, Octave.
13:41Ja, moeke.
13:42Ja, zeg, praten jullie daar straks maar over, hè?
13:44Ik heb nog heel veel uit te leggen en die burgemeester Baars kan hier elk ogenblik staan, hoor.
13:48Ja, nee, hè, zeg.
13:49Voor je iets begint te zeggen, wil ik eerst weten waarom ik zo dringend naar hier moest komen.
13:53Ja, dat ga ik nu toch juist zeggen.
13:55Goed dan, hè. Begin maar, hè.
13:56Ja, goed.
13:58Deze morgen is onze burgemeester in het dorp geweest van burgemeester Baars.
14:02Ja.
14:02Ja, oké.
14:03In het dorp van burgemeester Baars, daar woont een professor.
14:06En die professor vindt altijd van alles uit.
14:09En ontvangt.
14:10Oh, zeg dan.
14:11Kijk, dat is nu al meer dan een kwartier geleden dat ik van Samson en Gert nog iets heb gehoord.
14:16Ze zullen mij toch niet vergeten, zei ze zeker.
14:19Ja, mijn collega burgemeester Baars, die kan elk ogenblik aankomen op het gemeentehuis, hè.
14:24Wacht, ik zal eens bellen.
14:27Nee, nee, nee, nee, ik zal naar het gemeentehuis. Ga.
14:30Ja, dan zal ik wel zien wat er te zien is.
14:35Oké, weten we nu allemaal wat we precies moeten doen?
14:38Natuurlijk dat ik dat weet.
14:39Want weten wat je moet doen, dat is nu toevallig een van mijn specialiteiten.
14:43Mijn Miranda zegt dat ook altijd.
14:44Pa, zegt ze, zoals jij weet wat je moet doen, zo...
14:48Ja, zo weet ik wat ik moet doen, hè.
14:49Oké, gelukkig maar.
14:51Dan verdelen we nu de rollen.
14:54Mevrouw Janine en Octave, jullie zijn de Noormannen.
14:57Maar Gertje, dat kan toch eigenlijk niet zo?
15:00Dat kan toch wel? Ze moeten gewoon die kleren van die Noormannen daar aantrekken en het is in orde, hè.
15:04Maar Gertje, ik bedoel eigenlijk iets anders.
15:07Ik bedoel zo, hè, dat mevrouw Praline, dat die toch eigenlijk niet zo'n meneer de koorman kan zijn, zo?
15:14Noorman kan zijn.
15:15Ja, Gertje, dat kan zij toch niet zijn?
15:18Want mevrouw Praline is dan toch zo'n voorvrouwtje?
15:22Nee, een Noorvrouwtje.
15:24Ja.
15:24Ik vind eigenlijk dat Samson gelijk heeft.
15:27Zeg, dat is nu toch niet belangrijk? Men noemde dat volk de Noormannen. Of het nu ging over mannen of
15:32over vrouwen, dus...
15:33En toch vind ik dat Samson gelijk heeft.
15:37Goed.
15:38Jij bent professor, hè, uitvinder. Zet die pruik daar maar op en trek die kleren van die uitvinder daar maar
15:44aan, hè.
15:45Oh nee, zeg, ik wil eigenlijk de uitvinder zijn.
15:48Oh nee, hè, je hebt toch gehoord dat Gert heeft gezegd dat ik de uitvinder ben?
15:52Ah, en daarbij, ik ben hier de enige die al echt iets heeft uitgevonden, hè.
15:57Dat is niet waar, ik heb ook al veel uitgevonden.
16:00Ja.
16:00Maar wat dan eigenlijk zo'n meneer Spaghetti?
16:04Smoesjes. Omdat mijn mama niet boos zou zijn omdat ik weer vergeten had iets op te ruimen of zo.
16:09Zeg, dat telt niet, hè. En daarbij moet Gert niet de hele tijd onderbreken, hè.
16:14Het is toch waar?
16:15Ja, het is waar.
16:21Oh, zeg, prachtig. Dat moet lukken zo.
16:27Oh, die baas die zal nogal opkijken.
16:35Ja, nee, goed dan, hè. Wat moet ik doen?
16:38Wel, jij bent mijn knecht. En ik, ik ben de ridder.
16:41Oh nee, zeg, ik moet altijd de flauwe rollen spelen. Ik wil de ridder zijn.
16:46Ah, goed dan, Vermees. Dan speel jij ridder. Maar dat gaat niet.
16:50Ik kan niet in dat ridderpak.
16:52Oeh. Waarom kan ik niet in dat ridderpak?
16:55Wel, omdat jij...
16:56De oktaaf.
16:57Ja, moeke. Wel, ik bedoelde eigenlijk dat dat ridderpak te klein is, Alberto.
17:03Hoe te klein? Ik ben toch kleiner dan Gert?
17:05Ja, ja, maar jij bent...
17:07Wauw, wauw, wauw, Alberto.
17:08Jij bent meer gespierd dan Gert.
17:11En daarom kan jij niet in dat ridderpak.
17:13Kijk, hè. Als ik niet iets anders krijg, dan speel ik niet meer mee.
17:18Maar Gertje, hè. Gertje, dan zal ik wel zo'n beetje jouw vlechtje zijn zo.
17:23Mijn knechtje zijn? Het is goed, Dijk. Dan is Samson mijn page.
17:27Maar Gertje, moet ik dan jouw spechtje niet zijn?
17:30Mijn knechtje? Jawel. Maar de knecht van een ridder noemt men een page.
17:35Wie ben ik dan?
17:36Ja, hé. Blijf nog maar één kostuum over, hè. Jij bent een oermens.
17:40Ah, nee, als ik...
17:42Oh, zeg, vermis, jongen. Jij bent nooit tevreden, jij.
17:45Jawel. Ik zal maar tevreden zijn als ik een grote taart krijg.
17:48Oh, zeg. Ja, goed dan, hè.
17:50Als jij oermens speelt, dan krijgt iedereen die meewerkt van mij een grote taart.
17:55Kijk, zoals we nu gaan.
17:56Ja.
18:11Dag, meneer. De dingen...
18:13Professor Baldakijn, meneer de burgemeester.
18:18U bent een professor?
18:20Woont u hier in de buurt?
18:22Oh, nog geen twee minuten lopen heen vandaan, meneer de burgemeester.
18:26In ons dorp?
18:28Dan woont er dus toch een echte professor in ons dorp.
18:31Dat wist ik niet.
18:40Zeg, jullie zijn al verkleed.
18:42Ja, zeg, eigenlijk was dat niet meer nodig, want wij hebben nu een echte professor in ons dorp.
18:47Ja, die zal wel een en ander uitgevonden hebben, hè.
18:50Ja, zeg, hè. Maar moet ik dan eigenlijk geen stage meer zijn, zo?
18:55Page? Nee.
18:57Zeg, maar ik wil toch een taart, hè.
18:59Ja, vermis, eigenlijk is dat niet meer nodig, hè.
19:01Ja, jullie moeten er niks voor doen.
19:03Maar goed, kom. Hier is de taart en eerlijk verdelen.
19:08Zeg, twijfel je daaraan misschien?
19:11Zeg, en wie is die professor dan?
19:14Eh, eh, professor Balderwijn of...
19:17Wacht, nee, nee, nee, nee, nee, wacht.
19:19Nu weet ik het. Professor Baldakijn, hij staat hier in de gang.
19:22Ja, maar meneer de burgemeester, ik denk zo stil in mijn hoofd, hè.
19:27Dat dat eigenlijk zo'n meneer van veel luizen is, zo.
19:32Wat? Van Leemhuis, hè?
19:34Zeg, maar dan moeten jullie toch spelen.
19:36Vermeers, waar is die taart?
19:38Ik heb die opgegeten.
19:39Je hebt toch zelf gezegd dat je ze niet meer nodig had.
19:42Vermeers, jij, hè.
19:43Ja, maar zeg, als ik geen taart krijg, doe ik ook niet mee, hè.
19:46Als Alberto taart mag eten, ik ook.
19:48Goed gezegd, jongen.
19:49Ja, goed, hè, zeg, dan zal ik vlug nog een taart halen.
19:53Vermeers, de lichtjes van de lift veranderen.
19:56Dus ik denk dat er nu meteen de lift naar beneden gaat...
19:59en dan met alle grote waarschijnlijkheid terug naar boven met iemand erin, hè.
20:03Ja, goed, Van Leemhuizen, stop nu maar met die flauwe kul.
20:07Ik weet dat jij het bent, dat wil je eigenlijk zeggen.
20:09Ik wil zeggen dat er iemand naar boven komt.
20:12Ja, goed dan, Van Leemhuizen, als iemand wil naar boven komen, dan...
20:15Oh, dat...
20:16Dat zal die baard zijn. Is iedereen klaar?
20:19Oh, ik ben zo zenuwachtig.
20:30Ahem, ahem, ahem.
20:34Aan allen die naar ons dorp gekomen zijn, proficiat.
20:38Aan allen die niet naar ons dorp gekomen zijn, ook proficiat.
20:44Beste collega burgemeester Paars, welkom in ons dorp.
20:49Zeg, modest. Onder elkaar hoeven al die plichtplegingen niet, hè.
20:53Noem mij gewoon, Gerard.
20:56Hier.
20:57Ik heb een taart voor je meegebracht.
21:00Dan eet jij ook eens iets lekkers.
21:03Want wat jij thuis van die huishoudster krijgt, hoe weet die ook weer.
21:08Marie?
21:09Ah, ja.
21:10Wat die klaarmaakt, dat is voor mensen met een betonnen maag, hè.
21:15Ja, goed.
21:16Van Leem, ik bedoel, professor Brandewijn...
21:19Nee, nee, nee, professor Baldakijn is de naam, meneer de burgemeester.
21:24Ah, je hebt mij nieuwsgierig gemaakt, modest.
21:27Ja, ik vraag me af wat die uitvinder, die professor van jou uitgevonden kan hebben,
21:34dat nog grootser is dan wat die professor van mijn dorp heeft uitgevonden, hè.
21:40Maar, eh, ik wil je eerst nog iets vertellen.
21:44Heb jij ooit die oude molen in mijn dorp gezien?
21:49Ha, ha, ha, ha.
21:50Ah, daar is Van Leemhuizen met onze taart.
21:53Eh, excuseer, het is professor Baldakijn.
21:56En deze taart...
21:56Zeg, niet flauw doen, hè.
21:58Wij willen graag beginnen.
22:00Want graag beginnen, dat is toevallig een van mijn specialiteiten.
22:02Mijn Miranda zegt dat ook altijd.
22:04Pa, zegt ze...
22:04Ja, het is al goed, hè. Ik ga al.
22:08Ja, dat zegt ze soms ook, ja.
22:17En toen liep dat zoals dat zou moeten lopen, hè.
22:21Af en toe kijk ik daar nog wel eens naar.
22:23Maar meestal moet ik daar echt niks aan doen, hè.
22:28Maar ja, hoe zit dat nu met die fantastische uitvinding van die fantastische professor Dinges daar?
22:35De professor Baldakijn.
22:39Ja, ik zal nu eens tonen hoe die teletijdmachine werkt.
22:44Tijdmachine?
22:45Ja.
22:46Tijdmachines, dat bestaat niet, hè.
22:48Eh, nee.
22:51Tot nu toe bestonden ze niet, maar sinds ik ze heb uitgevonden.
22:55Meneer de burgemeester, bestaan ze wel, hè.
22:57Ja, ja, ja, ja, ja, ja.
22:59Het is waar wat hij zegt.
23:01Zij daar?
23:02Ja, als jullie dat zeggen, zal dat wel waar zijn, zeker.
23:05Alhoewel, ik was eens op een uitvindersbeurs.
23:09En daar was ook iemand die beweerde dat hij iets uitgevonden had.
23:14Maar zoiets heb ik snel door, hè.
23:18Gerard, dacht ik.
23:20Maar Gertje, Gertje, dank jij zo dat het nog zo'n beetje heen lang zal duren nu?
23:26Ja, geen idee.
23:27Van Leemhuizen heeft gezegd dat hij ons zou roepen en vermits hij nog altijd niet heeft geroepen.
23:31Ja, zullen wij maar wachten, zeker.
23:33Zeg maar niet te lang, hè.
23:35Want ik heb honger.
23:36Ik wil iets eten.
23:37Ela, van die tuin blijven deze keer.
23:39Zeg ook dat.
23:40Niet zeuren, hè.
23:41Maar ben je er wel zeker van dat Van Leemhuizen nog niet geroepen heeft?
23:44Maar ik heb toch nog niets gehoord, zo.
23:47Ja, ik ook niet.
23:49En zo begreep ik meteen dat het geen echte uitvinding was.
23:53Laat maar eens zien, professor Capuzijn.
23:56Nee, nee, nee.
23:57Baldakijn is de naam.
23:59Ik zal nu om te beginnen een ridder en zijn page oproepen.
24:05Dus ik plaats de datumwijzer op 1498.
24:11Ik moet nu nog de plaats instellen.
24:15Ja, dat vraagt eventjes wat tijd, hè.
24:20En dan nu.
24:24De ridder en zijn page.
24:26Oh, Gertje, Gertje, moeten we aan u gaan, zo.
24:29Ja, we moeten een beetje...
24:30Hé, deze ken niet uit.
24:32Mama, help!
24:35Mama!
24:36Mama!
24:40Zeg, maar dat is geen ridder met zijn page, hè?
24:43Eh, nee, eh...
24:46Of jawel, dat was eigenlijk een ridder die zich verkleed had.
24:50En die gaat straks met zijn page naar een gekostumeerd bal.
24:54Vandaar dat...
24:55Ah!
24:56Ja, is mijn octaaf niet hier?
24:59Dat is de moeder van de ridder.
25:02Maar nee, ik ben de moeder van de Norman, dat zie je toch wel?
25:05Ja, maar eigenlijk is die Norman een ridder die zich verkleed had...
25:09Maar nee, Gert is de ridder en Samson is zijn page.
25:21Schitterend!
25:21Dit is een van de plezierigste uitvinden die ik ooit heb gezien.
25:27Modest, jongen.
25:29Modest, jongen.
25:30Jij, jij hebt gewonnen.
25:32Ja, ik dacht dat ik jou met die zogenaamde professor van mijn dorp had kunnen beetnemen.
25:37Maar jij bewijst hier dat je er geen moment ingetrapt bent.
25:43Je hebt mij met gelijke munt betaald.
25:45Ja, en ik moet zeggen, veel grappiger dan ik dat ooit had kunnen doen.
25:52Proficiat!
25:52Dank je.
25:53Je hebt bewezen dat jij een heel verstandige burgemeester bent.
25:59Ja, jongen.
25:59Met heel erg veel gevoel voor humor.
26:02Ja, ja.
26:03En daarom zou ik willen zeggen...
26:05Hip, hip, hip, hoera!
26:07Voor mijn goede vriend en collega, Modest.
26:10Hip, hip, hip, hoera!
26:17Samson, Samson, het is een heel onbeugende maar lieve hond.
26:23Samson, Samson, ik wou dat ik zo hard te krijgen kom.
26:29Boef!
26:30Maar ja...
26:30Hoorst.
26:30Moet ik eruit.
26:30Gaat.
26:30Hoorst.
26:30Hoorst.
26:31Hoorst.
26:31***
Comments

Recommended