- 2 days ago
Category
📺
TVTranscript
00:08O, dat zal misschien Marlijnetje zijn.
00:14Ik kom eraan.
00:18Hallo met Gert.
00:19Zeg, en toch ook met mij?
00:21En ook met Samson.
00:23Wie?
00:25Ah ja, ja, ja, ja, ja, goh zeg.
00:27Oh, zeg, dat is lang geleden hè.
00:29Ja, vanavond langskomen.
00:32Nee, nee, nee, dat zal jammer genoeg niet gaan.
00:35Nee, want wij moeten naar de balletschool van Marlijnetje.
00:39Ja.
00:40O ja, het is goed. Een andere keer dan misschien.
00:43Ja, zeg, dag hè.
00:44Dag.
00:46Maar Gertje, het was Marlijn niet zo.
00:49Nee, nee, Samson, het was Jacques Pluim.
00:51Ja, weet je nog wel die dierenarts.
00:53Maar Gertje, is dat die meneer die zo groot is als jij zo?
00:57Ja.
00:59En die ook zo'n beetje heel langzaam spreekt zo.
01:02Dat is hem.
01:03Ja, maar Gertje, als dat een meneer is die zo groot is als jij hè, en die zo'n beetje
01:09heel langzaam spreekt, dan ken ik die eigenlijk niet.
01:13Maar, maar jawel, je kent hem toch wel, Samson.
01:15Maar jij werkt nu in de dierentuin.
01:17Die, ja, bon, het is nu niet belangrijk hè.
01:20In elk geval, hij vroeg of wij vanavond bij hem konden langskomen en ik heb gezegd dat dat niet zal
01:24gaan hè.
01:24Ja, nee, want wij moeten weg hè.
01:27Ja.
01:28Zeg, ik heb zo'n dorst.
01:29Ik ga een kopje thee zetten.
01:31Wil jij ook een kopje thee, Samson?
01:32Ja, ja, Gertje.
01:33Of wil jij eerst een lekker appeltje eten?
01:37Maar Gertje, ik heb eigenlijk nu niet zo heel veel honger zo.
01:41Maar Gertje, mag ik eens iets vragen?
01:44Vraag maar.
01:45Maar Gertje, waarom hebben wij die appeltjes zo op de trommelmarkt gekocht zo?
01:50Op de trommelmarkt.
01:51Ja.
01:51Jij wilde toch zo graag een appeltje eten?
01:53Ja, ja, Gertje.
01:54Maar Gertje, waarom hebben wij die eigenlijk niet gekocht zo bij mevrouw Pralin?
02:00Ja, ik vond dat deze appeltjes er zo lekker uitzagen hè.
02:03Ja, ze zijn ook een stuk goedkoper dan bij mevrouw Janénor.
02:06Maar goed, ik ga dan maar thee zetten hè.
02:09Maar Gertje, nu kan jij geen thee gaan zetten hè.
02:13Want jij moet de deur openen, want er heeft iemand geklopt zo hè.
02:16Ik had het kunnen denken hè.
02:17Ik ging weer eens iets doen en hup, ze komen ons weer storen.
02:20Ja.
02:21Aha, ik moest kloppen, want de bel doet het niet.
02:24Gegroot.
02:24Ah, dag meneer de Ralf.
02:26Ah, op taf.
02:27Ga je naar een gekostumeerd bal?
02:29Nee meneer, voor jullie staat één van de beroemdste goochelaars van de hele wereld.
02:35Kijk maar.
02:36Ja, maar zeg je, ben jij dan zo de gebloemdste pokerer zo?
02:41Nee, de beroemdste goochelaar.
02:44Maar Gertje, Gertje, wat wil dat eigenlijk zeggen zo?
02:48Sam zo'n goochelaar dat hij zo iemand kan zien.
02:50Oh ja, ja, ja, ja, Gertje, dat weet ik wel.
02:52Dat is zo'n meneer hè.
02:53En die kan zo konijntjes of duifjes uit zo'n hoedje zoals van meneer de burgemeester halen zo hè.
03:01Maar, Gertje, ik wil zo weten hè.
03:03Wat is eigenlijk zo de citroenste?
03:06Nee, de beroemdste.
03:07Dat wil zeggen dat iedereen hem kent omdat hij de beste is.
03:11Ja, maar zeg je, en kent iedereen dan zo meneer de Raaf omdat hij zo de beste loochenaar is.
03:19Nee, de beste goochelaar is.
03:20Nee, natuurlijk niet, want Octave kan helemaal niet goochelen.
03:23Ah nee meneer, wel, ik zal eens laten zien wat de grote de bolle allemaal kan.
03:28Pas op.
03:28Tegenover mijn goochelkunst is die van dingen daar hè.
03:33Allee, die beroemde goochelaar uit Amerika daar hè, kopperfiets hè, of zoiets hè, tegenover mijn goochelkunst hè, is hij niet.
03:42Maar Octave, dat kan toch niet.
03:43Om goed te kunnen goochelen moet je toch heel en heel en heel lang oefenen.
03:48Ah ja, dat kan allemaal wel zijn hè, maar met dit boek hè, kan ik dat onmiddellijk.
03:52Ha ha ha, ik geloof dat u is niks van.
03:55Ah nee?
03:55Nee.
03:56Weet je wat, jij bent jaloers omdat jij zo geen schitterend boek hebt kunnen kopen.
04:00En weet je waar ik dat heb gekocht?
04:01Op de Rommelmarkt.
04:02Nou, en nu denk jij omdat jij dat boek hebt gekocht op de Rommelmarkt, hè, dat het een heel bijzonder
04:06boek is.
04:07Ja meneer, dat is een heel bijzonder boek.
04:09Want ik heb dat boek gekocht van de neef, van de aangetrouwde nicht, van de buurvrouw, van die beroemde goochelaar.
04:14En toen dat die beroemde goochelaar gestorven is, heeft die nicht, nee, die neef van die nicht, van die buurvrouw,
04:20dat boek verkocht op de Rommelmarkt.
04:22Ja, en toen heb ik dat rommelboek, allee, ik bedoel, ik bedoel, ik heb dan dat goochelboek gekocht op de
04:27Rommelmarkt, hè.
04:28Nee, je gelooft dat toch zelf niet, wat je daar allemaal staat te vertellen, zeker?
04:32Ach zo, meneer gelooft het weer niet.
04:35Wel, ik zal eens laten zien wat ik daar allemaal mee kan doen.
04:39Ah ja, dat is een idee, allee, laat eens iets zien, allee.
04:42Ja, goed, ik zal een fantastische goocheldruk doen, maar eerst moet ik eens lezen hoe dat moet, hè.
04:46Ah, het is goed. Dan zal ik ondertussen een thee zetten. Wil jij ook een kopje thee, Octaaf?
04:50Nee, je moet mij met rust laten, want ik moet mij kunnen concentreren.
05:09Maar Gertje, Gertje moet meneer de raar zich nog altijd zo heel veel schorseneren, zo.
05:16Ik concentreer, dat wil zeggen dat hij heel diep moet nadenken over wat hij leest.
05:20Ja, maar Gertje zal dat nog zo'n beetje heel lang duren, zo.
05:25Geen idee.
05:27Vrienden, ik weet het. Dit is geen gewone goochelkunst. Dit is magie.
05:34Ja, maar Gertje, is dat zo van mevrouw Marizo?
05:38Nee, Octaaf heeft gezegd magie. Dat wil zeggen toverkunst.
05:43Zeer juist. Ik ga nu een voorwerp veranderen in een ander voorwerp. Heb je een doek voor mij?
05:49Een doek?
05:49Ja. Of nee, laat maar. Ik zal die tafelkleedje hier wel nemen.
05:54Voorzichtig, voorzichtig.
05:55Zo. En heb je dan nu een voorwerp dat ik in iets anders kan veranderen?
06:00Ah, ja. Weet je wat? Verander onze tafel in een olifant.
06:03Ja, dat kan niet zo moeilijk zijn. Ze heeft al vier poten.
06:09Lach maar, ja. Lach maar. Maar je zal straks schrikken als hier een echte olifant staat.
06:14Ja? Maar Gertje, is dat echt waar? Maar Gertje, dan ben ik bang.
06:18Want ik heb eens op de televisie gezien zo van een olifant.
06:23En die liep zo op andere diertjes. En die hadden zo heel veel pijn zo.
06:28Maar Samson, Octaaf kan onze tafel toch niet veranderen in een olifant?
06:32Ah, nee. Begin je weer? Hoe kan jij dat nu weten dat ik dat niet kan?
06:36Omdat niemand onze tafel kan veranderen in een olifant.
06:39Ah, nee. Je gelooft me niet? Wel, dan zal ik dat eens vlug bewijzen zien.
06:43Maar nee, nee, nee. Jij mag dat niet doen, want anders ben ik zo heel bang zo.
06:48Ah, ja? Ja, ja. Kijk, dan zal ik iets anders doen, hè.
06:51Ah, ik zal jou veranderen in een banaan.
06:54Doe dat. Weet me maar mij niet opeten, Octaaf.
06:57Oh, nee, nee, nee, nee, nee, Gertje. Ik zal wel heel goed opletten, hè.
07:01Dat niemand jou zo opeet, zo.
07:04Goed, doe het dan maar, Octaaf.
07:05Goed, pas op, hè. Ik moet eerst dat doek over jou doen, hè.
07:09Zo.
07:10En zo. Voilà.
07:12En dan nu de toverspruk.
07:15Oh, ja. Hoe was die ook weer? Ja.
07:19Ah, goed. Ik heb ze. Kunnen we beginnen?
07:21Ja, ja, ja. Doe maar.
07:22Ja, maar Gertje. Gertje is dat eigenlijk niet zo'n beetje...
07:26heel gevaarderlijk, zo.
07:29Gevaarlijk? Ah, nee, nee.
07:30Als de beroemde goochelaar Octaaf de Bolle dat doet,
07:33dan is dat niet gevaarlijk, hè.
07:35Ja, goed. Kunnen we nu beginnen, of niet?
07:37Ja, ja, begin maar, Taaf.
07:38Zo. Pas op.
07:44Voilà. Nu ben jij een banaan.
07:50Oh, zeg, hè. Denk jij dat zo, meneer de Raff?
07:54Ah, ja. Natuurlijk, hè, Samson. Dat zie je toch, hè. Dat is een kromme banaan.
07:58Maar zeg, hè. Zo'n hele grote dan, zo.
08:01Ah, ja. Natuurlijk. Pas op.
08:03Dames en heren.
08:05Geacht publiek.
08:06Hier staat voor u een kromme banaan.
08:09Wat? Ja.
08:11Hoe kan dat nu?
08:12Zie je nu wel, Octaaf?
08:13Geloof je nu dat het niet kan, hè?
08:15Ja, dat kan wel. Want die verkoper heeft dat gezegd.
08:18Ah, ja. En hoe komt het dan, Octaaf, dat ik nog altijd een Gert ben en geen banaan?
08:23Wel, eh...
08:24Ja, dat komt, hè. Omdat jij tegenwerkt. Jij gelooft daar niet in.
08:28Verandert Samson dan eens in iets, hè?
08:30Oh, nee, nee, nee, nee, nee, Gertje. Want dan ben ik bang.
08:34Je moet niet bang zijn, Samson. Er zal niets gebeuren.
08:38Nee, maar Gertje, Gertje, weet jij dat zo heel, heel, heel zeker zo?
08:43Ik weet dat heel, heel, heel zeker, ja.
08:46Ja. Maar dan is het goed, meneer de Raaf. Dan mag jij zo van mij zo'n banaantje maken.
08:52Pas op. Eerst moeten we dat doekje over jou leggen, hè?
08:58Voilà. En dan nu de toverspruit.
09:02Ja, zeg, wacht eens even.
09:02Ja, wil je me nu niet onderbreken? Ik moet mij kunnen concentreren.
09:05Ja, maar ik zou liever hebben dat de Samson verandert in een appeltje.
09:08Ja, hij eet liever appeltjes en... Ja, misschien is dat dan gemakkelijker.
09:11Makkelijk, gemakkelijk, gemakkelijk.
09:13Voor een grote mager als ik is het toch niks moeilijk.
09:17Hé, kom, mijn toverspruit.
09:22Pas op. Ah, hier staat.
09:34Ik zou ik dat doekje nu al wegnemen, of niet?
09:37Hé, ik zou nog even wachten, hè, Octave.
09:39Ah ja, een goeie toverspreuk.
09:41Dat is, eh, dat is zoals thee, hè.
09:44Dat moet een beetje trekken.
09:47Ah ja?
09:48Ja, zeg, jij brengt mij op een idee.
09:49Ik heb dorst.
09:50Heb jij voor mij geen kopje thee?
09:52Ja, maar ik heb in de koelkast, in de keuken, een heerlijk flesje limonade staan.
09:59Heb je dat niet, liever?
10:01Goed.
10:01Ik ken de weg.
10:29Gertje, hè?
10:31Blijf jij maar onder de tafel zitten, tot ik het zeg, hè?
10:34Ja, maar Gertje, waarom eigenlijk?
10:37Omdat wij Octave eens goed gaan meetnemen, want...
10:42Ah, Octave, heb jij genoeg gedronken, hè?
10:46Denk je dat die toverspreuk al genoeg getrokken heeft?
10:49Denk het wel, ja.
10:50Haal het doek maar eens weg, hè?
10:55Oh, het is gelukt.
10:58Het is gelukt.
10:59Ik ben de beste maagier van de wereld in omstrijden.
11:02Octave, ik sta versteld.
11:03Ik had nooit gedacht dat zoiets zou kunnen, hè?
11:06Jij bent...
11:06De beste, hè?
11:07Ja, de beste, ja.
11:09Zeg maar, nu moet je Samson terug gewoon, gewoon toveren, hè?
11:13Ja, maar dat weet ik nog niet hoe ik dat moet doen.
11:17Ik moet nog eerst in mijn boek kijken.
11:18Doe dat.
11:42Zeg, ik heb weer iets schitterends gevonden, hè?
11:44Ah, heb je gevonden hoe je van die appel terug Samson moet maken?
11:49Nee, dat heb ik nog niet gelezen, maar ik heb hier wel iets gevonden voor gevorderden, hè?
11:52Hier staat hoe je iemand op afstand moet betoveren.
11:57Zeg, ik kan misschien ons moeken eens veranderen, hè?
11:59In één of ander...
12:01Nee, dat kan ik misschien beter niet doen, want als ze daarachter komt dat ik dat ben, dan...
12:06Maar ik kan wel de burgemeester in een leven veranderen.
12:08Ah, nee, Octave, dat mag je niet doen.
12:10Ja, maar ik zal hem daarna wel terugtoveren.
12:12Ik bedoel, zo'n leeuw, dat is toch veel te gevaarlijk, hè?
12:14Stel je nu voor dat er iemand bij de burgemeester is.
12:17Ja, dat zou kunnen, hè?
12:18Ah, die bezoeker, die gaat dood van angst als die burgemeester plots verandert in een leeuw, hè?
12:24Ja, dat is eigenlijk waar.
12:26Ik kan hem misschien in een kikker veranderen, hè?
12:28Nee, een kikker, dat is toch niet gevaarlijk.
12:29Ja, wel voor vormpjes en voor vlooien, hè?
12:32En voor vliegen ook, hè?
12:34Waarom?
12:35Waarom verander je hem niet in een aap?
12:37In een aap?
12:38Ja, niemand zal het verschil zien.
12:41Dat is een gooi, hè.
12:42Maar ik zal hem in een aap veranderen.
12:44Momentje.
12:46Ah, hier is de toverspreuk.
12:50Rabbe de rits, habbele bam, ratzken, lietsken, hoffegen dan.
12:53Hal, dat was ik het gezien, ratzken, dood, dat was ik het gezien.
12:58Zeg, maar hoe kan ik nu weten dat hij in een aap veranderd is?
13:02Dan moet jij nu naar het gemeentenhuis en eens gaan kijken, hè, Octave.
13:05Ja, dat is waar.
13:06Niet weglopen, hè?
13:14En nu vlug telefoneren.
13:18Maar Gertje, naar wie wil jij zo'n beetje telefoneren, zo?
13:22Ah, naar Jacques Pluime, de dierenarts.
13:24Maar Gertje, is dat zo die meneer, zo, die zo'n beetje zo groot is als jij, zo.
13:29En die zo'n beetje heel langzaam spreekt, en die ik eigenlijk niet ken zo.
13:34En die ook in de dierentuin werkt.
13:36Ja.
13:45Dat is de beste graaf die ik de laatste jaren heb uitgehaald.
13:49De burgemeester is een aap.
13:55Ja, dat is een goeie, hè.
13:59Ja, het duurt nu toch wel lang, hè, voor hij me binnenlaat.
14:07Maar wacht eens.
14:09Ja, dat is normaal, hè.
14:10Hij is een aap, hè.
14:11Hij weet niet hoe hij je op dat knopje moet drukken om mij binnen te laten.
14:19Burgemeester?
14:22Burgemeester?
14:24Burgemeester, waar zit jij?
14:30Burgemeester?
14:32Burgemeester?
14:33Oké, dat is heel goed.
14:34Ja, tot straks, hè.
14:36Ah, Samson, hij komt ermee naar hier.
14:38Ja, maar Gertje, ik zit hier zo heel de tijd zo stil in mijn hoofd te denken, hè.
14:44Als meneer de raaf, hè.
14:46Als die nu zo, meneer de burgemeester, zo zit in het gemeentehuis, zo.
14:51In het gemeentehuis?
14:52Ja, Gertje, dat bedoel ik.
14:54Als die meneer de burgemeester daar nu zo zit, hè, dan zal meneer de raaf toch weten
15:00zo dat hij die niet echt zo gestoverd heeft.
15:03Niet echt getoverd?
15:04Ja.
15:04Samson, Oktaaf zal de burgemeester helemaal niet zien op het gemeentehuis.
15:08Nee.
15:08Maar, Gertje, hoe kan jij dat eigenlijk weten zo?
15:12Omdat de burgemeester daar toch niet is vandaag?
15:14Ah, nee, de burgemeester is toch met Marie en met Albert en zijn mama naar zee.
15:19Ah ja, ze mochten daar toch logeren op de flat van donker Robert van Albert.
15:23Ja.
15:24Maar, Gertje, is het daarom zo dat meneer Spaghetti zo mijn emmertjes en mijn schopjes eens komen halen?
15:31Natuurlijk, ja.
15:32Maar, Gertje, als meneer de raaf, meneer de burgemeester dan niet zit, hè, dan zal hij toch zo zeggen zo...
15:40Mouw telefoon.
15:41O, en waarom zou je dan zeggen op telefoon?
15:44Maar, mama, Gertje, dat bedoelde ik toch eigenlijk niet?
15:47Hallo met Gert.
15:48Mouw en ook met mij.
15:49En ook met Samson.
15:50Zeg, is Octave de Bollen hier, hè?
15:52Ik kan die burgemeester nergens vinden.
15:55Ja, ja, dat komt ervan, hè, met al dat getover, hè.
15:57Ja, ja, waarschijnlijk is de burgemeester zo geschrokken toen hij een aap veranderde.
16:02Ja, dat hij in paniek weggelopen is om hulp te gaan zoeken, hè.
16:06Misschien is hij wel naar Albert gelopen of zo.
16:10Maar, Gertje, mijn nest mag gestis...
16:12Tst, tst, tst, tst.
16:12Ja, ja, ja, Octave.
16:14Ja, ik zou maar eens gaan kijken naar het kappersalon van Albert, ja.
16:17En als hij daar niet is, dan zou ik toch maar eens naar de winkel gaan, hè.
16:21Ja, als jij denkt dat dat het beste is, dan zal ik eens gaan kijken, hè.
16:29Ik weet waar die zit, zeg.
16:31Maar, Gertje, mijn eespagetti, die is er toch niet zo?
16:35Dat weet ik wel.
16:37Maar, Gertje, waarom zeg jij dan zo tegen meneer de Raaf?
16:40Dat die zo naar het huis van mijn eespagetti moet gaan.
16:44Omdat ik een beetje tijd moet winnen voor mijn plannetje.
16:47Ik moet nog naar het gemeentehuis om daar een en ander te gaan halen.
16:51Zeg, als die Jaak komt, dan laat je maar binnen, hè.
16:54Jij moet hier blijven, hoor.
16:55Maar, maar, Gertje, Gertje, Gertje, dan moet jij zo de deur een beetje open laten staan, hè.
17:00Want anders kan ik die niet open krijgen, zo.
17:03Natuurlijk, hè. Tot straks, hè.
17:30Burgemeester, burgemeester, ben jij hier?
17:40Hier is hij ook niet.
17:43Kan hij nu toch zijn?
17:50Maar, zeg, Gertje, die blijft zo'n beetje heel, heel, heel lang weg, vind ik zo.
17:56Maar, zeg, en nu zegt die telefoon zo, dring, dring.
18:01Maar, maar, zeg, ik weet niet of ik nu zo mag zeggen.
18:06Hallo, met Samson.
18:08Maar, ja, Gertje, die is er niet.
18:10Maar, ik zal het dan maar wel een beetje doen, hè.
18:14Hé, Samson, Samson, ik zal de telefoon wel opnemen.
18:16Ik zeg, en als het Octave is, mag jij niks zeggen, hè.
18:19Maar, nee, Octave mag niet weten dat jij hier bent, hè.
18:22Hallo, met Gert.
18:24Zegt, is Octave hier?
18:25Die burgemeester is nergens te vinden, hè.
18:28Goed kijken, hè, Octave.
18:30Maar, ja, jij hebt de burgemeester veranderd in een aap.
18:32Ja, dat moet jij hem ook zoeken, hè.
18:34Nou, ja, ben je al in het parkje gaan kijken?
18:37Ja, in het parkje staan veel bomen en aapjes die klimmen graag in de bomen.
18:41Misschien hangt de burgemeester daar wel ergens rond.
18:43Ga maar kijken.
18:44En goed in alle bomen kijken, hè, Octave.
18:48Goed.
18:49Ja.
18:51Ja, dan zal ik eens in het parkje gaan kijken.
18:54Tot later, hè.
18:59Zeg, Samson, heb jij die deur dicht gedaan?
19:02Die deur?
19:03Maar, ja, Gertje.
19:04Nou, dat is ook niet slim, hè.
19:05Stel je nu voor dat die Jacques Pluim naar hier was gekomen, dan had jij hem niet eens kunnen binnenlaten.
19:09Maar, Gertje, die meneer, die is toch al gekomen, zo?
19:13Ja, lap.
19:13Slim, hè.
19:14Ah, ja, hij is hier gekomen, hij kon niet binnen en hij is waarschijnlijk gewoon terug doorgegaan, hè.
19:18Maar, Gertje, toen die meneer zo'n beetje gekomen is, hè, toen was die deur nog open en toen die
19:25meneer zo'n beetje weggegaan is, toen heb ik de deur zo dicht gedupt, zo.
19:30Oeh, en had hij dan geen aapje bij?
19:33Maar ja, Gertje.
19:34Oeh, waar is dat aapje dan?
19:36Maar, Gertje, dat zit zo'n beetje in de keuken te zitten, want het had zo'n beetje heel veel
19:43honger, zo.
19:51Ja, u ziet er goed uit, burgemeester.
20:01Ja, ik begrijp er niks van.
20:08Ik heb heel het dorp afgezocht.
20:10Ik heb in elke boom gekeken en ik kan die aap, wat ik bedoel, de burgemeester nergens vinden.
20:17Zo ver kan hij toch niet zijn.
20:19Alhoewel, apen slingeren van tak tot tak, hè.
20:24Misschien is hij al in een ander dorp.
20:27Alleen kan ik hem niet vinden.
20:29Ik heb je ook nodig.
20:35Maar, Gertje, waarom heb jij dat eigenlijk gedaan, zo?
20:38Dat lintje met kleurtjes rond het buikje van mijn telefoon?
20:43Ik heb dat toch niet rond het buikje van de telefoon gedaan, maar rond het buikje van dat aapje.
20:46Maar, Gertje, dat bedoelde ik toch eigenlijk?
20:49Hallo, met Gert.
20:50Oeh, Gert, Octavie, hè.
20:52Zeg, ik kan die aap, al, ik bedoel de burgemeester nergens vinden, hè.
20:57Ik heb wel overal gezocht.
20:59Zoek maar niet meer verder, Octav.
21:01De burgemeester zit nu hier bij ons.
21:06Dat is waar.
21:08Oh, dan kom ik onmiddellijk naar jullie huis.
21:11Oh, zeg, laat de burgemeester niet ontsnappen, hè.
21:14Want ik moet hem nog omtoveren.
21:16Goed dat hij bij Samson en Gert is.
21:18Want met zijn apenstreken weet je maar nooit.
21:28Ik zal maar iets meenemen om de burgemeester rustig te houden, want hij kan soms heel opvliegend zijn.
21:34Maar, Gertje, eigenlijk is dat toch niet waar wat jij gezegd hebt?
21:38Dat meneer de burgemeester hier zo'n beetje bij ons zit?
21:42Ah, maar Samson Octav denkt toch nog altijd dat hij de burgemeester heeft veranderd in een aapje.
21:48Nu gaan wij Octav eens goed beet nemen met dat aapje uit de dierentuin.
21:53Maar zeg, mama, nu begrijp ik zo waarom jij die kleurtjes zo rond het buikje van dat aapje hebt gedaan.
22:03Maar Gertje, ik denk nog zo'n beetje na niet.
22:06Kan het ook zo zijn, zo, hè, dat...
22:10Waar klopt iemand op onze deur?
22:12Dat kan heel goed zijn, Samson. Dat heb jij heel goed gedacht.
22:15Ja.
22:15Maar, mama, Gertje, dat wilde ik toch eigenlijk niet zeggen?
22:19Ik wilde niets anders zeggen, zo.
22:21Samson, dat zal Octav zijn, hè.
22:23Weet je wat? Jij moet terug onder de tafel springen, hè.
22:25Ah ja, want Octav denkt nog altijd dat hij je wordt omgetoverd in een appel, hè.
22:29Allee op.
22:29Hoi, man.
22:30Haastje.
22:32Ah, ik moest kloppen, want de bel doet het niet, hè.
22:35Zeg.
22:36Ja.
22:36Zijn je nog boos?
22:37Nee, nee, nee. Ik denk het niet.
22:39Ah, dag, eh, dag, burgemeester.
22:41Zeg, ik heb hier een cadeautje voor jou meegebracht, hè.
22:45Ja, waarom zegt hij niks?
22:46Misschien is hij toch nog boos.
22:47Nee, nee, hij heeft nog altijd niks gezegd sinds hij hier binnen is gekomen.
22:51Nee?
22:51Nee.
22:52Ja, maar ik zal hem nog een tijdje aap laten, hè.
22:54Tot hij misschien niet meer boos is.
22:56Ah, nee, Octav, dat kun je niet doen, hè.
22:57Je kunt niet zomaar iemand in een aap veranderen en hem dan zo'n hele tijd laten rondlopen.
23:01Stel je voor dat hij straks naar huis gaat, hè.
23:03En hij ziet zijn huishoudster Marie.
23:05Ja, dat mens schrikt zich een aap.
23:07Ja, misschien moet ik dan twee apen omtoveren.
23:10Ha, ha, ha.
23:10Ja, ik zal daar toch maar niet te veel mee lachen, hoor, Octav.
23:14Oh, ja, maar pas op, het is toch sterk wat ik gedaan heb, hè.
23:17Je ziet het wel, hè.
23:17Ik ben hier de grote marier.
23:19Ja, ja, maar weet je nu al hoe je die appel terug kunt omtoveren in Samson, hè.
23:23Samson is nu lang genoeg een stuk fruit geweest, hè.
23:25Ah, ja, goed, ik zal dat eens vlug doen, hè.
23:27Ik zal eens even in mijn boek kijken naar die toverspreuk.
23:34Momentje, hè.
23:38Ja, lap, ik vind ze niet meer.
23:40Ja, maar nee, nee, Octav, ik wil Samson terughebben.
23:42Ja, maar, ja, maar maakt me nu niet zijnuwachtig, hè.
23:44Want anders tover ik hem misschien terug in de Nijlpaard en dan, eh...
23:50Ah.
23:51Hier is ze.
23:52Oké.
23:54Labber de labber de wit.
23:54Stop, stop, stop, stop, stop, Octav.
23:56Je bent iets vergeten, hè.
23:57Ja, maar nee, dat staat zo in mijn toverboek.
23:59Labber de labber de wit.
24:00Ja, ik weet het wel, maar je bent iets vergeten.
24:02Ja, dat doek moet er nog overgelegd worden.
24:04Ja, allee, vooruit dan.
24:06Wacht, wacht, wacht, hè.
24:07Ik zal dat wel voor jou doen, hè.
24:08Ja, klopt.
24:09Kijk, zo.
24:10Joeps, hè.
24:11Zeg de toverspreuk.
24:12Daar gaan we.
24:14Labber de labber de labber de labber de wit.
24:16Kijk eens, de grits.
24:17Sam de hap de hoom.
24:18Tjam balang.
24:19Hop, hop, heepska, heepske dookta.
24:24Is Samson nu knukslap?
24:25Ah, nee, nu nog niet, hè.
24:27We moeten nog even wachten.
24:28Je weet ook dat zo'n toverspreuk een beetje moet trekken, hè.
24:33Zeg, zou je niet naar de keuken gaan om een glaasje limonade te drinken, hè?
24:38Ik heb geen dorst.
24:40Ah, oh, nou, ik heb dorst.
24:43Oh, ik heb dorst.
24:44Zeg, zou jij voor mij eens geen glaasje limonade willen halen in de keuken, hè?
24:48Kijk, als je limonade wil, hè, moet jij dat zelf maar gaan halen.
24:51Ja, maar, ja, ja, maar, Oktaaf, Oktaaf, ik dacht zo, hè.
24:54Ik wil geen seconden missen van de toverkunsten van Oktaaf de magier, hè.
24:59En daarom dacht ik, hè, als Oktaaf nu even naar de keuken loopt.
25:03Die man is zo sportief, hè.
25:06Die is er over enkele seconden weer terug.
25:09En als ik ga, dan duurt dat veel langer, hè, Oktaaf.
25:13Goed.
25:14Ik haal voor jou een glaslimonade.
25:38Zeg, dat is snel, hè?
25:39Ho, dat is heel snel, Oktaaf.
25:41Dank je wel.
25:45Is dat alles?
25:46Ik dacht dat jij zo'n dorst had.
25:47Had, had, juist, ja.
25:49Ik had zo'n dorst, maar nu niet meer.
25:51Zeg, denk jij dat je tovertrucje gelukt is?
25:56Ha, natuurlijk is dat gelukt.
25:58Pas, hè.
26:00Kijk maar.
26:02En...
26:03Hoppla!
26:03Voila, hier is Samson.
26:05Zeg, Samson, welkom op deze wereld.
26:07Maar, Gertje, Gertje, waarom zegt meneer de Raaf zo, viskom op deze verkereld?
26:14Nee, dat heeft Oktaaf niet gezegd.
26:15Hij heeft gezegd, welkom op deze wereld.
26:17Dat wil zeggen dat Oktaaf heel erg blij is, ja, dat jij teruggekomen bent, hè.
26:21Maar, Gertje, ik ben eigenlijk toch niet weggeweest, zo.
26:25Oeh, wat bedoel jij, ik ben niet weggeweest?
26:27Ja, maar, eh, Samson bedoelt, jij hebt hem natuurlijk wel omgetoverd in een appeltje,
26:33maar dat appeltje, dat is hier heel de tijd geweest, hè, dus dat is niet weggeweest, hè.
26:38Ah, ja, ja, dat bedoel ik, nou, pas op, nu begrijp ik het, hè.
26:43Zeg, ik kan misschien eerst de burgemeester terugtoveren, hè, maar daar heb ik wel een andere spreuk voor nodig.
26:50Momentje, hè.
26:55Ja, hier is ze.
26:57Haas op, hè, ja.
27:07Zeg, Jaap zit er nou.
27:10Moet hij misschien ook trekken?
27:12Ja, dat moet je niet aan mij vragen, hè, Oktaaf, hè.
27:15Ik weet niet zoveel over magie als jij, hè.
27:18Nee, natuurlijk, hè, dat is werk voor specialisten, hè.
27:26Zeg, heeft die toverspreuk nu nog niet genoeg getrokken?
27:29Of denken jullie dat ik iets verkeerd heb gedaan?
27:31Oktaaf, jij bent de specialist, hè.
27:34Wij niet.
27:37Oh, zeg, wacht eens.
27:40Ik denk dat ik het weet.
27:41Ja.
27:42Ah, ja, natuurlijk.
27:43Ik moet dat tafelkleed over die aap leggen.
27:46Dat heb ik toch met die appel en Samson ook gedaan?
27:50Pas op.
27:55En zo.
27:56Voilà.
27:59Ja.
28:00Ja, maar nee, zeg.
28:02Hoe kan ik jou nu terugtoveren als jij niet onder dat doek blijft zitten?
28:05Allee, kom maar, vooruit.
28:08En hopla.
28:11Maar meneer de raf, dat aapje wil eigenlijk zo'n beetje niet goed luisteren naar jou, hè.
28:17Ja, maar zeg, hoe wil jij nu terugburgemeester worden als ik mijn werk niet kan doen, hè.
28:22Ik heb weer een slechte idee.
28:25Ja.
28:25Aan allen die onder het doek willen blijven, proficiat.
28:28Aan allen die niet onder het doek willen blijven, ook proficiat.
28:32Allee.
28:36Ja, maar nee, hè, zeg.
28:38Nu begint hij te overdrijven.
28:40Nu loopt hij nog weg, ook.
28:42Laps, zeg, Octave.
28:43Jij maakt dat beestje veel te bang, hè.
28:45Ik zal dat aapje wel gaan halen in de keuken.
28:49Maar zeg, hé, die telefoon, zeg, drink zo.
28:52En Gertje, die is er niet.
28:54Maar meneer de raf, moet ik zo'n beetje heel hard op Gertje roepen, zo.
28:58Nee, nee, nee, nee.
28:59Ik zal de telefoon wel opnemen, hè.
29:01Dat is geen probleem.
29:05Hallo, met Octave de Bolle, de grote magiërs.
29:07Zeg, je mag ons nu niet storen, hè, want wij zijn aan het toveren.
29:10De Bolle, de burgemeester hier, hè.
29:11Zeg, is Gert daar?
29:13Ja.
29:14Nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee.
29:16Hij is naar de keuken, hij is jou aan het halen.
29:18Want jij wil niet onder die doek blijven zitten.
29:20Wat zeg jij nu allemaal, de Bolle?
29:22Ik ben aan zee, in een hotel.
29:24Ja, over welk doek spreek jij nu?
29:27Nou, over die doek waarmee ik jou moet omtoveren, hè.
29:30Of wil jij voor altijd een aap blijven?
29:34Zeg, wat zeg jij nu?
29:35Ben jij aan zee?
29:36Ah ja, met mijn huishoudster en met de familie Vermeers.
29:41Ja.
29:43Kom.
29:45Zeg maar, wie heb ik dan omgetoverd?
29:47Nou, eigenlijk niemand zo.
29:49En die aap dan?
29:51Dat was een grapje van ons Octave.
29:53Wij wisten wel dat de burgemeester aan zee was.
29:55Ja, dat is waar.
29:57En dat aapje, hè, dat is zo eigenlijk van een meneer die zo groot is als Gertje.
30:02En die zo langzaam spreekt zo.
30:04En die ik eigenlijk niet ken.
30:06Ja, dat aapje, hè, komt van de dierentuin.
30:09En Samson dan?
30:11Hier heb ik toch in een appel omgetoverd?
30:13Maar nee, dat is ook niet waar.
30:15Want ik heb mij zo'n beetje verstopd onder dat tafeltje daar.
30:20Ah ja?
30:21Ja.
30:21Zeg, zeg jij maar, wat wil de burgemeester eigenlijk vragen?
30:23Oh, burgemeester.
30:27Eh, hallo, burgeme...
30:29Burge...
30:30Hij heeft je opgehangen.
30:31Ja.
30:33Maar zeg, nu zullen wij niet weten wat meneer de burgemeester zo wilde zeggen.
30:39Ah, vrienden, maar dat is geen probleem.
30:42Nee.
30:42Want in mijn boek staat hoe ik gedachten van iemand naar hier kan toveren.
30:47Nee.
30:49Dat zal ook wel niet lukken, zeker.
30:51Oh, nee.
30:54Ha, ha, ha.
31:12Samson, Samson, het is een heel onbeugende maar lieve hond.
31:19Samson, Samson, ik wil dat ik zo goed te krijgen kom.
31:24Woof!
31:25***
Comments