Skip to playerSkip to main content
  • 2 days ago

Category

📺
TV
Transcript
00:00***
00:08Hallo allemaal.
00:10Dag iedereen.
00:12Ja, wij zitten hier weer om te vertellen wat ons favoriete Samson en Gert avontuur is.
00:17Ja.
00:17Ja.
00:18Zeg maar, normaal gezien is het nu toch de beurt dat vermeerd?
00:21Ja.
00:22Allee, komaan Albert.
00:23Ten eerste is Alberto.
00:27En ten tweede, ik ben hier al hoor. Dag iedereen.
00:31Zeg Vermeers, waar bleef jij nu zo lang?
00:33Ja, waar bleef hij zo lang?
00:34Hij zat stiekem koekjes te eten natuurlijk.
00:38Mooi is dat echt waar, meneer Spaghetti.
00:40Nee, ik was niet stiekem koekjes aan het eten.
00:44Allee, nu toch niet.
00:45Omdat ik aan het oefenen was.
00:47En waarom was jij zo aan het foevelen?
00:49Nee, aan het oefenen.
00:50Ja, waarom Albert?
00:52Ten eerste is het Alberto.
00:53En ten tweede, omdat ik een liedje ga zingen.
00:58Ja, maar dat is niet de bedoeling, hè.
01:01Valencia es la tierra de las flores de la luz y del amor.
01:06Ah ja, maar ik wil jullie ook bedanken om dertig jaar te kijken.
01:10Oh, dat is mooi.
01:12En te luisteren.
01:14Valencia es la tierra de las flores.
01:17Oh, oh, ik heb toch liever Alberto die koekjes eet in plaats van zo te zingen, hè.
01:23En meneer Spaghetti kan heel goed koekjes eten, zo.
01:26Ja, dat doet me denken na dat moment dat we hem hadden gefopt.
01:29We hadden een beetgenomen, want hij dacht dat hij op de koekjesplaneet zat.
01:33Ah, ja, ja, ja, ja.
01:34Oh ja, veel kijkplezier met...
01:37...Alberto in Space.
01:49Er zijn speelse honden, saaie honden, lelijke en fraaie honden.
01:55Maar de allerliefste hond is Samson.
01:58Ja, Samson is de liefste hond.
02:03Zijn staartje kwispelt in het grond.
02:07Daar gaan we weer, dus doe je best.
02:12Doe mee met ons en het loket.
02:43TV GELDERLAND 2021.
02:45Zeg, vindt u dit een goed begin?
02:48Lees eens voor.
02:50Luister, hè.
02:51Op 12 april 1961 ging voor het eerst een mens in de ruimte.
02:56Juri Alekseevich Gagarin maakte in zijn ruimteschip, de Vostok 1, een baan rond de aarde.
03:03Maar dat was niet het begin van de ruimtevaart.
03:06Vier jaar vroeger, op 4 oktober 1957, werd de Sputnik 1, de eerste kunstmaan rond onze aarde, gelanceerd.
03:15En nauwelijks een maand later bracht de Sputnik 2 het eerste levende wezen in de ruimte, namelijk de hond Laika.
03:23Zeg, maar dat heb jij schitterend geschreven, hoor.
03:27Zeg, is dat al zo lang geleden dat dat hondje de held van de ruimtevaart was?
03:32De... Trouwens, waar is Samson?
03:34Ah, Samson, die is in het parkje.
03:35Ja, pas op, ik denk dat Bobintje daar ook is, hè.
03:37Ah ja, anders was hij al lang terug geweest.
03:39Ah ja, dat zal wel. Zeg, heb jij nog lijm?
03:42Oeh, is die laatste tube die ik heb gegeven, is die al helemaal leeg?
03:46Ja, nog niet helemaal, maar bijna, hè.
03:49Ja, maar anders ga ik naar het gemeentehuis lijm halen, hè.
03:52Daar heb ik zeker nog 150 tubes in voorraad om mijn dossiers te kleven, hè.
03:57Ja, en soms ook een beetje om zo'n modelvliegtuig eens in elkaar te kleven, zeker, hè.
04:03Soms, ja, een beetje, ja.
04:14Wow, Gertje, ik ben teruggekomen.
04:17Ah, was Bobintje niet in het parkje?
04:19Wow, jawel, Gertje. Maar nu moest ze naar huis gaan, zo, hè.
04:23En daarom...
04:23Nou ja, en daarom ben jij ook maar teruggekomen, zeker, hè.
04:26Nou, eigenlijk wel. En ook eigenlijk een beetje, niet, Gertje. Want ik ben eigenlijk naar hier gekomen, hè, om te
04:32vragen of jij met mij in het parkje wil komen spelen, zo.
04:36Nou, ik kan nu niet, hè.
04:37Nee, maar waarom niet, Gertje?
04:39Ik moet nog schrijven.
04:41Wat, zeg, moet jij weer een brief schrijven naar Marlène, Gertje?
04:44Nee, nee, nee, nee. Ik schrijf hier die tekst die ze op de folder gaan zetten.
04:48Maar, maar, Gert, waarom gaan ze die hek zo op de zolder zetten?
04:52Nee, die tekst gaan ze niet op de zolder zetten.
04:55Nee.
04:55De folder. Ja, dat is zo'n vouwblad. En daar staat allemaal informatie op over de tentoonstelling.
05:02Maar, Gertje, ik ken die meneer-toonstelling niet.
05:06Een tentoonstelling. Je weet ook dat de burgemeester deze week de Week van de Ruimtevaart organiseert.
05:11En dat is ook zo'n tentoonstelling met foto's en met kaarten. En pas op, hè. Ook met de ruimtetuigen.
05:17Dat is zoiets waar men mee naar de maan is gevlogen.
05:20Ja, wauw, Gertje. En kunnen wij daar dan ook zo mee naar de maan vliegen?
05:25Maar, nee, natuurlijk niet. Wij hebben zo'n ruimtetuig nagemaakt. Dat is niet echt, hè.
05:31Maar waarom doen jullie dat dan eigenlijk, Gertje, als je daar toch niet mee kan vliegen, zo?
05:36Om de mensen een idee te geven van hoe zo'n ruimtetuig er eigenlijk in het echt uitzag.
05:41Hier nog een beetje lijm.
05:46Zo. Dat zal wel lukken, denk ik, hè.
05:51Hopla. Ja.
05:52Ja. Zo. En dan hier nog.
05:55Aha.
06:00Ja, zeg, lap, hè.
06:03Nu moet ik toch terug naar het gemeentehuis.
06:11Het is niet waar, zeg. Nu zit dat pak nog vast ook.
06:15Maar ik zal aan Gert vragen dat hij naar het gemeentehuis lopen, hè.
06:23Ja, dan kan ik al een beetje reclame maken voor onze toedoenstelling over de ruimtevaart.
06:40De Amerikanen wilden voor 1970 een man op de maan hebben.
06:45En op 21 juli 1969 lukte het.
06:49Neil Armstrong en Edwin Aldrin stapten uit de maanlander van de Apollo 11 en zetten als eerste mensen voet op
06:58de maan.
06:59Wat denk je? Is dat een beetje duidelijk genoeg, zo?
07:01Nou ja, ik denk het eigenlijk wel, Gertje.
07:04Maar, Gert, wil jij nog zo eens vertellen, zo, van dat hondje zo, zo dat eerste levendige wezel in de
07:12schuimte, zo?
07:13Het eerste levend wezen in de ruimte, zeg. Ik heb dat stuk al vier keer voorgelezen.
07:18Maar ik weet het wel, Gertje. Maar, Gert, ik hoor dat eigenlijk zo heel, heel graag zo.
07:24Goed dan.
07:42Ik verveel mij.
07:46Er komen geen klanten.
07:49En in dit dorp gebeurt er nooit iets.
07:57Maar, dat was een ruimtewezen.
08:02Dat moet ik aan mijn mama vertellen, een ruimtewezen.
08:09Maar, mama, ik moet iets vertellen.
08:13Iets heel speciaals.
08:18Maar, ja, lap, zeg. Ik kan het niet vertellen aan mijn mama, maar mijn mama is er weer niet, hè.
08:25Nou, ik ga naar Samson en Gert telefoneren.
08:29Maar, Gertje, als ik zo dat hondje, zo dat Laika eet, als ik dat zou zijn, dan zou ik zo
08:35zeggen, hè, Gertje.
08:37Maar, Gertje, de telefoon.
08:38En waarom zou het eerste levend wezen in de ruimte nu zeggen, oh, Gertje, je telefoon.
08:44Maar dat bedoel ik toch niet, Gertje.
08:47Ja, maar dat zei je toch.
08:50Hallo met Gert.
08:51Alberto, hier, hè.
08:53Ik moet iets vertellen.
08:54Iets heel speciaals.
08:56Ik heb vandaag een ruimtewezen gezien.
08:59Maar, Albert, dat kan toch niet?
09:02Ten eerste is het Alberto.
09:04En ten tweede, dat kan wel.
09:06Want het is zo.
09:08Het liep voor mijn kapperssalon voorbij.
09:11Denk je dat ik de burgemeester moet verwittigen?
09:14Als er ruimtewezen in zijn dorp zijn, dan moet hij dat toch weten, hè?
09:18Laat dat maar.
09:19Ik zal de burgemeester wel verwittigen.
09:21Ja, hij is hier bij ons in de keuken.
09:23Ja, dag.
09:24Tot later, hè.
09:26Wow, Gertje, wie was dat eigenlijk?
09:28Albert.
09:29Ja.
09:29En hij zegt dat hij een ruimtewezen heeft gezien.
09:32Ja.
09:33Maar, Gert, wat is dat eigenlijk?
09:35Een ruimteverwezen?
09:36Nee, een ruimtewezen.
09:38Ja.
09:38Dat is een bewoner van een andere planeet.
09:40Ja.
09:41En sommige mensen beweren dat die soms naar de aarde komen.
09:44Wanneer is dat niet zo, Gertje?
09:46Oh, ik geloof daar eigenlijk niet zo heel veel van, hoor.
09:49Nee, maar Gert, als meneer Spaghetti nu zo iemand gezien heeft, dan is dat toch wel waar, hè?
09:54Ja, je kent Albert toch.
09:56Hij was waarschijnlijk weer aan het dromen.
10:00Zeg, ik ben terug, hè?
10:02Hoe?
10:02Is u dan weg geweest?
10:04Ja, ik moest toch lijm gaan halen?
10:06Je had er toch geen meer?
10:08Oh, Gertje.
10:09Wat zeg jij?
10:10Waarom heeft meneer de burgemeester zo'n pakje aan en zoiets op zijn hoofdje?
10:14Nee, dat is niet zomaar iets op zijn hoofd, hè?
10:17Dat is een echte ruimtehelm en hij draagt een ruimtepak.
10:21Ja, maar Gert, is meneer de burgemeester dan zo'n ruime mezen?
10:26Een ruimtewezen?
10:27Ja, ja.
10:28Maar nee.
10:28Nee.
10:29Ja, zeg, wacht eens even.
10:30Of misschien toch wel, hè?
10:32Maar Gert, wat bedoel jij nu eigenlijk?
10:35Zeg, burgemeester, bent u daar juist voor bij het kappersalon van Albert gelopen?
10:38Ja, mocht dat niet misschien.
10:40Ja, maar nu is het duidelijk, hè?
10:42Ja.
10:42Ah, ja?
10:43Ik begrijp geen woord van wat jullie nu vertellen, hè?
10:46Kijk, Albert heeft daar juist getelefoneerd om te zeggen dat hij een ruimtewezen heeft gezien.
10:52Ja, ik moest u daarvan zelfs op de hoogte brengen.
10:55Nou ja, loopt er een ruimtewezen in ons dorp?
10:58Dan moet ik meteen de nodige maatregelen treffen.
11:00Nee, nee, nee, nee, u moet niks.
11:01U moet niks.
11:03Nee, Albert heeft u voorbij zien lopen in dat pakje.
11:07En toen dacht hij dat u een ruimtewezen was.
11:10Ik? Wat denk jij?
11:12Ja, natuurlijk.
11:12Zeg, dan ga ik Vermeersen nu opbellen.
11:14Ja, maar waarom eigenlijk, meneer de burgemeester?
11:18We gaan Vermeersen eens goed beet nemen, dan kunnen wij eens goed lachen, hè?
11:22Ja.
11:22Ja, wat kan jullie doen zo?
11:24Ja, dat zal je dan straks wel zien, hè?
11:27Maar we gaan eerst dat ruimtetuig naar hier halen, hè?
11:37Dus, je weet nu wat je moet zeggen, hè?
11:39Ja, maar meneer de burgemeester, als ik dat allemaal zeg, is dat dan eigenlijk niet liegen, zon.
11:47Liegen?
11:48Ja.
11:49Nee, dat is niet liegen, hè?
11:50Dat is toneelspelen, hè?
11:54Ja, juist.
11:55Ja, dus je doet het, hè?
11:57Nou ja, als het niet liegen is, dan wil ik het wel doen, ja?
12:01Ah, dat is goed, ja.
12:02Zeg, dan tik ik het nummer en dan mag jij ondertussen de hoorn vasthouden.
12:08Zo, alsjeblieft.
12:09Zeg, en je moet precies doen of je echt bang bent, hè?
12:13Ja.
12:13Wow, dag, meneer Spaghetti.
12:16Wow, ik moet jou iets zeggen, zon.
12:19Je moet meer bang zijn.
12:21Ja, wat moet ik dat nu al doen?
12:23Wow, meneer Spaghetti, ik ben bang!
12:26Ik ben bang!
12:28Is het zo goed?
12:29Waarom ben je zo bang?
12:32Is er iets?
12:33Maar ja, meneer Spaghetti, want hier zijn zo ontruimde kwezels gekomen, zo.
12:40Ruimtewezens.
12:41Maar dat bedoel ik eigenlijk.
12:42Ja, zo, zo van die ruige, alleen zo mensen die van ergens anders komen, zoals jij die gezien hebt, zo.
12:51Bedoel jij ruimtewezens?
12:54Zijn ruimtewezens bij jullie?
12:56Ja, die bedoel ik.
12:58Wat, meneer Spaghetti, ga jij dan naar hier komen, zo?
13:01Oh, nee, hè?
13:02Nou, Gert is toch bij jou?
13:04Wat zeg?
13:05Hij zegt dat hij niet wil komen, omdat Gertje hier is.
13:08Ja, wij zijn hier niet.
13:10Wat moet ik dat dan zeggen?
13:13Wat, meneer Spaghetti, Gertje die zegt dat hij niet hier is.
13:18Ik, ik, ik begrijp er niets van, hè?
13:20Wat, maar wat zeg jij nu allemaal?
13:22Je moet veel meer bang zijn.
13:24Ja, nee.
13:25Wat, meneer Spaghetti, ik ben bang!
13:29Ik ben bang, jij moet naar hier komen!
13:35Ik, ik, ik begrijp er niets van, hè, Samson.
13:38Ik, ik, maar wacht, ik, ik kom, ik kom.
13:44Wat heeft hij nu weer gezegd?
13:46Dat, dat, dat, dat er daar ruimtewezens zijn.
13:49Ja, maar, dan, dan, dan, dan gaat dat niet, hè?
13:51En dan, maar ik, ik, ik kan Samson toch niet alleen laten, hè?
13:57Die, die, die, die sukkeling, die was zo, zo bang, hè?
14:00Zo, zo bang dat hij was, hè?
14:02Hij wist niet meer wat hij zei, hè?
14:06Ik zal dan maar gaan, hè.
14:10Zeg, hé, wat heeft dat bij je nu gezegd?
14:12Wat moet ik alles zo zeggen wat meneer Spaghetti gezegd heeft, Gertje?
14:16Nee, alleen het laatste.
14:17Alleen het laatste?
14:18Eh, dat was, eh, kom.
14:22Kom?
14:23Ja, Gertje, dat is het laatste woord dat hij gezegd heeft.
14:26Ja, maar wat heeft hij dan juist daarvoor gezegd?
14:29Wat moet ik dat ook zeggen?
14:30Dan heeft hij zo gezegd, ik.
14:33Dus hij heeft gezegd, ik kom.
14:35Ja, Gertje, het is waar.
14:37Oh, oh, oh, zeg, dan moeten we vlug zijn, hè.
14:41Samson.
14:41Als Albert er is, hè, hou hem dan zo'n beetje aan de praat, hè.
14:45En dan komen wij later wel.
14:47Oh, ja.
14:53Ik ga in het tuinhuisje dat steekkaart, ja, hè.
15:00Zeg, wat heeft Gertje nu weer gezegd?
15:03Dat ik zoiets moest doen met meneer Spaghetti.
15:07Maar ik weet eigenlijk niet meer wat ik moest doen.
15:11Hallo?
15:13Is hier iemand?
15:16Wat ben jij, meneer Spaghetti?
15:18Oh, Samson.
15:19Wat?
15:20Ja, ik moest niet kloppen, want de deur stond al open, hè.
15:23Waar zijn ze?
15:24Ja, ik weet eigenlijk niet waar Gertje en meneer de burgemeester zijn.
15:28Maar nee, nee, nee, ik bedoel, waar zijn die ruimtewezens?
15:32Ja, die zo.
15:33Ja, die zijn ook een beetje weg.
15:35Ja, meneer Spaghetti, ik weet terug wat ik moest doen, zo.
15:38Oh, jij moet een beetje praten.
15:41Ik?
15:43Praten?
15:44Ja, Gertje heeft dat gezegd.
15:46Maar het kan ook zijn dat hij iets anders gezegd heeft, zo.
15:50Ja, in orde.
15:51HĂ©, Isser, ga jij maar vlug langs de voordeur.
15:54Ik wacht nog even, hè.
15:55Ah, ja, oké.
16:05Samson?
16:06Ja?
16:07Zijn ze met dit tuig naar hier gekomen?
16:09Wat? Dat weet ik niet, want Gertje heeft dat niet gezegd, zo.
16:13Ah, en waar zouden ze nu zijn?
16:16Nu?
16:17Ik ben hier.
16:19Ah, ah, ik denk dat ik terug naar huis moet.
16:22Mijn mama heeft gezegd dat ik vervoren donker moest thuis zijn.
16:28Oh, oh, ik blijf nog een beetje.
16:31Ga jij mee met ons naar onze planeet?
16:35Ik mag niet meegaan naar andere planeten van mijn mama.
16:39Ik mag dat niet.
16:41Dat is dan heel jammer, want onze planeet ligt vol koekjes en chocolade.
16:47Oh, ja, en mag ik die dan ook opeten?
16:50Jij mag daar zoveel van eten als je wil.
16:54Oh, maar dan ga ik mee, hoor, ja.
16:56Wow, zeg, mag dat wel van jouw mama, mijn spaghetti?
17:00Mijn mama is niet thuis. Ik kan het dan niet vragen, hè.
17:04Zeg, wanneer vertrekken wij?
17:06Goed, stap hier maar in.
17:08Oh, joe, joe.
17:09Oh, joe, piee.
17:20Oh, Gertje, wat gaan jullie nu doen, zeg?
17:23Wij vertrekken.
17:25Ja.
17:26Wij gaan naar de koekjesplaneet.
17:29Wow, zeg, gaan jullie daar zo echt naartoe?
17:32Oh, dan wil ik ook meegaan, Gertje.
17:33Hey, wij doen toch maar alsof.
17:37Ja.
17:38Oh, Gertje, ik begrijp eigenlijk niet meer wat ze allemaal zeggen.
17:42Ja, eigenlijk begrijp ik er nu ook niks meer van, hoor.
17:46Wij gaan toch in onze kelder een koekjesplaneet maken.
17:58Wat, meneer de burgemeester?
18:00Moet jij nog zo heel lang rondrijden met meneer Spaghettizo?
18:04Ssss, niet zo luid.
18:06Straks hoort hij ons nog.
18:07Ik moet hier rondrijden tot Gertje koekjesplaneet heeft gemaakt, hè.
18:31Nu is onze kelder een echte koekjesplaneet.
18:41Hé, zeg, de koekjesplaneet is klaar, hè.
18:44Dat ruimtetuig mag naar beneden komen.
18:46Ja, dat is goed, hè.
18:49Psst.
18:55Je mag uitstappen.
18:57Wij zijn op de koekjesplaneet.
19:00Oh, oh, zeg.
19:02Het is niet te vroeg.
19:04Oh, ik ben ziek van die reizen.
19:07Oh.
19:08Jij mag nu koekjes eten.
19:12Oh, ja.
19:13En mag ik die ook meenemen?
19:15Nee, jij mag geen koekjes meenemen.
19:19Oh, dat geeft niet.
19:20Dan zal ik ze opheten hier, hè.
19:23Er zijn er toch niet te veel, hè.
19:25Hm, zeg.
19:26Maar jullie hebben gelogen.
19:29Want je zei dat er koekjes waren en chocolade.
19:32Maar ik zie er geen chocolade.
19:34Eh, jawel.
19:37Nee, nee.
19:38Maar er is wel chocolade, maar het is nu nog te vroeg.
19:42De chocolade moet nog groeien.
19:45Ah, dat is goed, hè.
19:47Dan wachten tot de chocolade vergroeid is.
19:51Hier, koekjes eten.
19:54Ah, koekjes eten, hè, joh.
20:02Wow, Gertje, mag ik nu ook eens komen kijken, zo?
20:05Nee, nee, nog niet.
20:06Anders weet Albert direct dat die koekjesplaneet niet echt is, hè.
20:09Oh, maar Gert, hè, wat ga jij nu doen, zo?
20:12Chocolade nemen.
20:13Ja, ik was die daar vergeten te leggen.
20:15Ja.
20:17Maar Gert, mag ik eens iets vragen?
20:20Nee, nee, nee, nu niet.
20:21Anders merkt Albert misschien iets.
20:25Zeg, wanneer groeit die chocolade?
20:28Want de koekjes zijn bijna op, hè?
20:30Oh, het zal nu niet meer zo lang duren.
20:36Ja, ja, ja, ja, ja.
20:38De chocolade is gegroeid.
20:41Ik heb hem geplukt voor jou.
20:43Oh, chocolade, chocolade.
20:47Oh, zeg, de chocolade groeit er goed, hè.
20:50En vlug, hè.
20:52Hm?
20:52Als ik nu zit, ik hier zo helemaal alleen te zitten, hè.
20:56En eigenlijk wil ik iets vragen aan Gertje.
20:59Oh, ja, want ik begrijp dat niet goed, hè.
21:01Want meneer de burgemeester, hè, die heeft zo gezegd dat zij meneer Spaghetti gaan beetnemen, hè.
21:06En Gertje die heeft gezegd dat meneer Spaghetti zo heel veel koekjes en chocolade mag eten.
21:12En daarom wil ik eens vragen aan Gertje of zij mij ook willen beetnemen, hè.
21:17Want dan mag ik ook heel veel koekjes eten, zo.
21:22Zeg, waarom groeit er hier geen chocolade meer?
21:27Omdat het chocolade seizoen nu voorbij is.
21:32Ja, de seizoenen gaan veel vlugger voorbij op onze planeet.
21:36Ah, en welk seizoen komt er nu? Het snoepjesseizoen zeker?
21:42Eh, wel, ik...
21:44Nee, nu komt het werkseizoen. Iedereen moet heel hard werken.
21:50Ah, ik denk dat ik naar huis moet. Mijn mama zal vreselijk boos zijn.
21:57Ja, stap dan maar in.
21:58Ah, ja, ja.
22:04Het is gelukt, hè. Nu moet dat ding nog terug naar boven.
22:08Oh, ja.
22:14Zo.
22:15Wow, Gertje, mag ik nu eens iets vragen, zo?
22:17Wacht even, wacht even.
22:24Eerst moeten wij Albeijer laten landen.
22:26Ja.
22:30Oh, zeg. Maar daar zit iemand in.
22:33Ja, natuurlijk. Ik.
22:35Maar Albeijer...
22:36Ten eerste is het Alberto.
22:39En ten tweede, hè.
22:40Ik kom van de koekjesplaneet.
22:42Van de koekjesplaneet?
22:44Nou, vertel eens.
22:44Oh, dat is dat fantastisch, hè.
22:46Overal koekjes en er groeide chocolade, hè.
22:50Maar dat kan toch nu.
22:52Ja, ik heb het zelf gezien.
22:54En er vlogen overal grote taarten, hè.
22:57En er was zo'n brede rivier, hè.
22:59Met limonade.
23:01En, en, en, oh, bomen vol snoepjes.
23:04Oh, maar Gertje is dat eigenlijk wel waar.
23:06En er was nog veel meer.
23:10Ja, lap zeg. Nu gaat die ritsleiding nog niet open.
23:14Wat moet ik nu doen?
23:16En er waren ook bloemen, hè.
23:18Ja.
23:19En die waren allemaal van marsepijn.
23:22Ik heb een beetje te veel gegeten, denk ik.
23:25Ik ga vlug iets drinken.
23:30Ah, burgemeester, wat doe jij hier?
23:32Ik hier krijg, maar het sluit ik niet open.
23:36Ah, jullie waren dus geen echte ruimtewezens.
23:40Jullie hebben dus vals gespeeld.
23:44Oh, vals gespeeld nu niet, hè.
23:47Wij wilden jou gewoon eens beetnemen, hè.
23:51Ben jij nu boos op ons?
23:53Wel, eigenlijk, hè.
23:55Eigenlijk ben ik niet boos op jullie.
23:58Op één voorwaarde, hè.
24:00Dat jullie mij morgen weer beetnemen.
24:02En mij meenemen naar de taartenplaneet.
24:07Want eigenlijk, hè, heb ik daar straks ook een beetje gelogen.
24:12Wat zeg, hè.
24:13Maar dan mag ik morgen toch meegaan, hè.
24:15Want ik wil ook eens zo'n taart eten.
24:23Samson, Samson.
24:25Het is een heel onbeugende, maar lieve hond.
24:30Samson, Samson.
24:32Ik wil dat ik zo hard te krijgen kon.
24:45Dag, lieve Ketnetters.
24:46Wij zijn de Nachtwacht en we willen jullie graag een leuke kerst,
24:48een leuke nieuwjaar en een fijne kerstvakantie te wensen.
24:51Ja, en prop jullie maar vol met allerlei lekkere eten en drinken.
24:55Ja, en wij zorgen ervoor dat alle monsters wegblijven deze kerstvakantie.
24:58Dus geniet ervan.
25:02Ha...
Comments